Wat is CITES?

Handel in en bezit van beschermde dieren en planten

De handel in en het bezit van beschermde dieren en planten of producten die van beschermde dieren of planten zijn gemaakt, is aan strikte regels gebonden. Het CITES-verdrag regelt de internationale handel in bedreigde dieren en planten.

CITES staat voor: Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora. In het Nederlands betekent dit: Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde uitheemse dieren en planten.
Binnen de Europese Unie wordt uitvoering gegeven aan de Internationale CITES-overeenkomst door middel van de EG-CITES-Basisverordening en de EG-CITES-uitvoeringsverordening.
De Flora- en faunawet (Ff-wet) verwijst rechtstreeks naar de EG-CITES-verordeningen. Deze wet regelt ook handel en bezit voor een aantal soorten die niet onder het CITES-verdrag vallen.
Het is in principe verboden inheemse beschermde dieren en planten te
verzamelen, verhandelen, vervoeren of bezitten. Op deze regel zijn uitzonderingen, bijvoorbeeld voor vogels die in gevangenschap zijn geboren.
Handel in en bezit van uitheemse dier- en plantensoorten is in veel gevallen
toegestaan. De handelaar of de eigenaar moet dan wel een vergunning of
certificaat hebben.

CITES/ Uitheemse dier- en plantensoorten

Het doel van CITES is om te voorkomen dat de internationale handel in
(producten van) dieren en planten het voortbestaan van die dier- en
plantensoorten bedreigt.
CITES trad op 1 juli 1975 officieel in werking. Inmiddels hebben zich 174 landen
bij de overeenkomst aangesloten.
In de Europese Unie is een aantal verordeningen van kracht waarmee het CITES-verdrag kan worden uitgevoerd. Het CITES-verdrag heeft drie bijlagen waarin de bedreigde dieren en planten zijn opgenomen:

  • Bijlage I: direct met uitsterven bedreigde dieren en planten. De
    internationale handel in uit het wild afkomstige dieren en planten is
    verboden. Het gaat om bijvoorbeeld walvissen, dolfijnen, olifanten,
    neushoorns, tijgers, apensoorten, papegaaiensoorten, schildpadsoorten, verschillende bloembollensoorten, wilde ginseng en verschillende soorten
    orchideeën.
  • Bijlage II: dieren en planten die mogelijk met uitsterven worden bedreigd, maar dat nog niet zijn. Om die reden worden nu maatregelen genomen. Deze dier- en plantensoorten mogen alleen worden uitgevoerd als er een CITES-vergunning voor is verleend. Het gaat om onder meer roofdier- en krokodillensoorten, alle reuzenslangen en een aantal schelp- en koraalsoorten. Zo gaat de hoeveelheid verhandelde dieren en planten
    niet ten koste van het voortbestaan van die soorten.
  • Bijlage III: dieren en planten die in minstens één land worden beschermd. Dit land heeft andere CITES-lidstaten gevraagd de handel in die soort te controleren.

Of handel is toegestaan en onder welke voorwaarden wordt bepaald door de
bijlage waarop de dier- of plantensoort is opgenomen. Bepalend is ook of de dier of plantensoort uit het wild komt of in gevangenschap is gefokt of gekweekt.
CITES beschermt alleen soorten waarin internationaal wordt gehandeld en die
(mogelijk) met uitsterven worden bedreigd. Dit betekent dat veel dier- en
plantensoorten niet onder het CITES-verdrag vallen en vrij kunnen worden
verhandeld. Voorbeelden zijn schorpioenensoorten, de meeste soorten
ratelslangen en veel vissoorten.
CITES is een soortenbeschermingsverdrag en geen verdrag dat gericht is op de
bescherming van bijvoorbeeld leefomgevingen en migratieroutes. Het verdrag
houdt zich ook niet bezig met dierenwelzijn.

Handel

Er gaat veel geld om in de internationale handel in bedreigde planten en dieren. Deze handel is zeer divers: van levende planten en dieren tot producten die ervan worden gemaakt: voedingsmiddelen, producten van exotisch leer, houten muziekinstrumenten, hout, curiosa voor toeristen, geneesmiddelen, enzovoort.

Bescherming van bedreigde planten en dieren is van groot belang. Niet alleen omdat uitsterven van planten en dieren moet worden voorkomen. Met het uitsterven van bepaalde planten en dieren wordt ook de leefomgeving (en inkomstenbronnen) van de voornamelijk lokale bevolking bedreigd. Veel soorten waar nu in wordt gehandeld, zijn nog niet direct met uitsterven bedreigd. CITES ziet er op toe dat de soortenrijkdom ook voor de toekomst is beschermd.

Het CITES-bureau

Elk land dat zich bij het CITES-verdrag heeft aangesloten, is verplicht om een Management Autoriteit (MA) en een Wetenschappelijke Autoriteit (SA) in te stellen. Deze houden zich bezig met het geven van richting (beleid) en advies, en uitvoering van het verdrag. De Management Autoriteit in Nederland is ondergebracht bij het Ministerie van Economie, Landbouw & Innovatie (EL&I). Het CITES-bureau (deel van de Management Autoriteit) in Den Haag is verantwoordelijk voor de afgifte van de verschillende CITES-documenten. Meer informatie over deze documenten is te vinden op de website van Het LNV-Loket (in de rechterkolom). Het komt voor dat het CITES-bureau verplicht advies moet inwinnen bij de Wetenschappelijke Autoriteit.

CITES-documenten

Voor invoer, uitvoer of wederuitvoer over de buitengrenzen van de Europese Unie is een invoervergunning, kennisgeving van invoer, uitvoervergunning of wederuitvoervergunning vereist. De Europese regelgeving kent naast deze vergunningen het EG-certificaat voor eigendomsoverdracht, commerciële handelingen en vervoer binnen de Europese Unie. Deze regelgeving is ook in Nederland van kracht.

Bezit in Nederland

In Nederland worden planten en dieren ingevoerd met een CITES-invoervergunning. Vaak zijn deze planten of dieren uit het wild gehaald. Toch kunnen ze gewoon worden gehouden als de houder de juiste documenten heeft.

Voor een aantal beschermde diersoorten geldt in Nederland een bezitsverbod. Dit verbod geldt voor de dieren uit bijlage I die niet aantoonbaar in gevangenschap zijn gefokt of geboren. Het gaat dan onder andere om apen, katachtigen, en sommige uit het wild afkomstige papegaaien- en schildpadsoorten.

In bepaalde gevallen kan ontheffing worden verleend van het bezitsverbod. Wie toch een dergelijke diersoort wil houden (bijvoorbeeld als huisdier), moet daarom vóór aanschaf een bezitsontheffing aanvragen. Voor het verlenen van een bezitsontheffing wordt een aantal zaken getoetst, zoals legale herkomst en, waar mogelijk, de aanwezigheid van een microchip (geïmplanteerd in het dier) of naadloos gesloten pootringen.

Veel diersoorten, zoals apen en roofdieren, mogen in Nederland niet thuis worden gehouden, ook niet als ze in gevangenschap zijn geboren.

Controles

De Algemene Inspectiedienst (AID) is in Nederland de controle- en opsporingsdienst als het gaat om de bestrijding van illegale handel in bedreigde planten en dieren. De AID geeft ook ondersteuning aan douane en politie door het leveren van kennis en expertise op het gebied van CITES en de Flora- en faunawet.

Ook de Regionale Milieuteams (RMT's) en Interregionale Milieuteams (IMT's) van de politie houden zich bezig met CITES-handhaving. De RMT's verrichten controles bij bedrijven en inrichtingen. IMT’s nemen grootschalige opsporingszaken voor hun rekening.

De douane controleert CITES-regels aan de Nederlandse grenzen (zoals de Rotterdamse haven en luchthaven Schiphol). Daarbij assisteert de AID.

De vogelliefhebberij in Nederland en CITES

Zoals gezegd is CITES een internationaal geldend verdrag waarbinnen ieder deelnemend land haar eigen wetgeving mag ophangen.
De internationale CITES indeling gaat met behulp van cijfers (CITES I,II, etc) De Europese uitvoering van het CITES-verdrag, de zogehete Europese Basisverordening waaronder ook de uitvoering van Nederland valt, wordt gedaan aan de hand van zogehete bijlagen/lijsten die een lettercodering hebben (CITESbijlage/ lijst A, B, C, en D). Voor de liefhebberij zijn vooral lijst A en lijst B van belang. Hierna volgt een korte uitleg hierover.

Soorten die vallen onder CITES lijst A:

Deze soorten dienen altijd vergezeld te gaan van een CITES-document. Hierop staat o.a. de geboortedatum, de soortnaam, het geslacht en andere informatie zoals het ringnummer en de diameter van de ring die relevant zijn om het dier te identificeren. Dit internationale paspoort moet altijd bij het dier blijven, waar het ook heengaat.

Houders van CITES A soorten dienen een register(boekhouding) bij te houden waarin men o.a. noteert het nummer van het CITES-document, soortnaam, de datum van aankoop en eventuele latere verkoop, verkregen jonge dieren en de datum van overlijden. Een voorbeeld van dit register is te downloaden via www.cites.org.

Bij het verkrijgen van nakweek uit CITES A vogels dienen deze geringd te worden met een erkende, geregistreerde ring met een vaststaande diameter. Zolang de nakweek vogels in uw bezit blijven, op het adres dat gelijk is aan dat waar de oudervogels zich bevinden, is een CITES-document voor hen nog niet noodzakelijk.

Zodra u de nakweek wilt overdoen aan een andere eigenaar dient u voor de vogels een CITES document aan te vragen. Dit gaat op basis van de CITES documenten van de  beide oudervogels. Als de CITES-documenten in uw bezit zijn mag de nakweek uw adres verlaten, NIET eerder! In uw registratie noteert u dan waar de betrokken dieren heengaan.

Dieren die vallen onder CITES lijst B:

Voor deze dieren is geen bijbehorend CITES-document vereist. Wel wordt van u verwacht dat u de (legale) herkomst kunt aantonen bijvoorbeeld door middel van een aankoopbewijs, invoerdocument of een vaste voetring. Dieren die vallen onder CITES lijst B hebben geen ringplicht mits u de legale herkomst op een andere manier kunt aantonen. Draagt de betrokken vogel geen vaste voetring dan moet u ook een registratie van dit dier bijhouden, op dezelfde wijze als voor CITES A vogels.

In de praktijk geldt dat u het beste alle nakweek van lijst B soorten kunt ringen
met een vaste voetring met juiste diameter. Daarmee voorkomt u veel onnodige
problemen.

Dieren die vallen onder CITES lijst X:

Vogelsoorten die zijn opgenomen in Bijlage X bij de Uitvoeringsverordening zijn
vogelsoorten die zijn opgenomen in Bijlage A van de Basisverordening maar
zóveel in gevangenschap worden gefokt dat er vrijwel geen wilde exemplaren
meer worden verhandeld.

De wetgeving is hierover op het moment niet eensluidend en derhalve kunnen wij u hierover geen advies geven. Wij zijn in gesprek met de overheid om hier
duidelijkheid in te krijgen.

Ook hier geldt het advies: Ring altijd uw jonge vogels met een juiste pootring.
Koopt u vogels van deze soort zonder pootring vraag dan altijd een herkomst of afstandsverklaring aan de verkoper.

Onderstaande soorten vallen onder bijlage X:

  • Anas laysanensis, Laysan-taling
  • Anas querquedula, Zomertaling
  • Aythya nyroca, Witoogeend
  • Branta ruficollis, Roodhalsgans
  • Branta sandvicensis, Hawaii-gans
  • Oxyura leucocephala, Witkopeend
  • Catreus wallichi, Wallichs fazant
  • Colinus virginianus ridgwayi, Noordwest-Mexicaanse boomkwartel
  • Crossoptilon crossoptilon, Witte oorfazant
  • Crossoptilon mantchuricum, Bruine oorfazant
  • Lophophurus impejanus, Himalaya-glansfazant
  • Lophura edwardsi, Edwards’ fazant
  • Lophura swinhoii, Swinhoe’s fazant
  • Polyplectron napoleonis, Palawan-spiegelpauw of Palawan pauwfazant
    (voorheen Polyplectron emphanum)
  • Syrmaticus ellioti, Elliots fazant
  • Syrmaticus humiae, Hume’s fazant
  • Syrmaticus mikado, Mikadofazant
  • Columba livia, Rotsduif
  • Cyanoramphus novaezelandiae, Roodvoorhoofdkakariki
  • Psephotus dissimilis, Kapparkiet
  • Carduelis cucullata, Kapoetsensijs

CITES nieuws

Leden van Aviornis kunnen de nieuwsbrieven van CITES downloaden op deze website.
Klik hier voor CITES nieuws

Dienst Regelingen en het CITES-bureau

Postbus 19530
2500 CM  Den Haag
Tel.: 0800-22 333 22 (gratis)
Fax: 070-37 86 139
E-mail: cites@minlnv.nl

Vanuit het buitenland:
Tel.: +31 592 332958

Adviesringmatenlijst

U kunt de adviesringmaten vinden in onze online vogeldatabase.