Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD)
Er wordt op dit moment gewerkt aan een nieuwe wet, waarin diverse bestaande, soms verouderde wetten voor dieren worden samengebracht.
Wat vooraf ging
Bij de eerste wet die dieren beschermde, was het dier niet belangrijk. In 1886 werd in het Wetboek van Strafrecht mishandeling van een dier strafbaar gesteld. De reden hiervoor was dat de 'zedelijke gevoelens' van mensen die de mishandeling moesten aanzien of aanhoren werden gekwetst.
In 1961 werd die wet gewijzigd. Nu werd het strafbaar om een dier opzettelijk pijn te doen of te kwellen zonder 'redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is'. Als je verantwoordelijk was voor een dier en er niet goed voor zorgde, was je strafbaar. Deze regels waren echter erg ruim en vaag geformuleerd. Het was daardoor heel moeilijk om iemand op grond van deze wet te straffen.
Aan het eind van de jaren zestig wordt ook het welzijn van dieren belangrijk. Toen ontstond de intensieve veehouderij, waarbij heel veel dieren werden gehouden op weinig grond. Mensen gingen zich afvragen of dat wel zo goed was voor die dieren. Ze vonden dat dieren er niet alleen maar zijn voor het nut van de mens. Dieren hebben ook een eigen waarde. Dit wordt de intrinsieke waarde van het dier genoemd.
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD)
Om aantasting van dierenwelzijn zo klein mogelijk te maken, besloot het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (tegenwoordig ondergebracht in het ministerie van Economie, Landbouw & Innovatie) een nieuwe wet te ontwerpen. Deze nieuwe wet werd in 1992 aangenomen, en heet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD). Uitgangspunt van deze wet is dat je geen handelingen met dieren mag verrichten, tenzij in de wet staat dat het wel mag (dit wordt het 'nee, tenzij'- principe genoemd). Dit in tegenstelling tot de vorige wetten, waarbij je bijna alles mocht doen, tenzij in de wet stond dat het niet mocht.
De GWWD geldt voor alle dieren die door mensen gehouden worden, dus productiedieren, hobbydieren en gezelschapsdieren. Voor in het wild levende dieren geldt wel het verbod uit de GWWD om de dieren zonder redelijk doel pijn of letsel toe te brengen. Verder is de Flora- en faunawet op deze dieren van toepassing. De min of meer in het wild levende grote grazers, die worden ingezet bij het beheer van natuurgebieden, vallen voor sommige aspecten onder de GWWD en voor andere onder de Flora- en faunawet.
De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren is een 'kaderwet'. Dat betekent dat de wet een soort raamwerk geeft waarbinnen de uiteindelijke regels vastgesteld worden aan de hand van Algemene Maatregelen van Bestuur (AmvB's) of Ministeriële regelingen. Het voordeel van een kaderwet is dat bij nieuwe ontwikkelingen de wet niet steeds hoeft te worden gewijzigd; er kan meteen op worden ingespeeld. De laatste jaren legt de overheid de nadruk op andere instrumenten dan wet- en regelgeving, zoals voorlichtingscampagnes over dierenwelzijn, onderzoek en zelfregulering.
Algemene regels
In de GWWD staan algemene regels die voor alle dieren gelden. In deze algemene regels staat onder andere dat het verboden is:
- bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn aan te tasten;
- een dier de nodige verzorging te onthouden;
- ingrepen te plegen bij dieren (tenzij anders in de wet staat);
- dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken.
Daarnaast is iedereen verplicht een hulpbehoevend dier zorg te verlenen.
Verder zijn er regels voor bijvoorbeeld:
- de huisvesting van dieren (voor een aantal diersoorten);
- het slachten van dieren;
- het vervoeren van dieren.
Gehanteerde begrippen
Hoewel gezondheid en welzijn niet los van elkaar gezien kunnen worden, is het hier wel gedaan om de belangrijkste punten te belichten.
Gezondheid
Hierbij gaat het om de volgende zaken:
- voorkomen en bestrijden van dierziekten;
- de inrichting van bedrijven waarop dieren worden gehouden;
- toevoegen van dieren aan bedrijven;
- de wijze waarop dieren worden gehouden en hun huisvesting;
- de hygiënische eisen;
- de voedering, drenking, verzorging en behandeling van dieren;
- het gebruik van sera, entstoffen, antibiotica en chemotherapeutische middelen;
- de bestrijding van insecten, ratten en andere organismen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van het dier;
- de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts en de Stichting Gezondheidsdienst voor dieren.
Verder worden eisen gesteld aan markten, tentoonstellingen, slachthuizen en vervoer.
Welzijn
In de wet is bepaald dat:
- het verboden is bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn aan te tasten. Zo is het bijvoorbeeld verboden koeien met een volle uier te vervoeren of een hond als trekdier in te zetten;
- het verboden is aan een dier de nodige verzorging te onthouden;
- het verboden is dieren van het ouderdier te scheiden voordat zij een bij de wet vastgestelde leeftijd hebben bereikt;
- het in beginsel verboden is lichamelijke ingrepen bij dieren uit te voeren, tenzij dit bij wet of Algemene Maatregel van Bestuur (AmvB) wordt toegestaan. Toegestaan zijn bijvoorbeeld sterilisatie en castratie en ingrepen waarvoor diergeneeskundige noodzaak bestaat;
- Er worden tevens eisen gesteld aan de wijze waarop, de situaties waarin en de personen door wie zij mogen worden gedood. Ook worden voorwaarden gesteld aan de slachterijen en aan de bedwelming. Deze bepaling is van groot belang voor het ritueel slachten.
'Ja, mits'-principe
Op een aantal plaatsen in de wet geldt het 'ja, mits-principe' in plaats van het 'nee, tenzij-principe'. Dat mits houdt in dat een aantal strikte voorwaarden worden gesteld aan:
- de huisvesting van dieren; onder andere de afmetingen, materialen, faciliteiten, verlichting, verwarming en luchtverversing;
- het fokken met dieren;
- het verkopen, verhuren of verloten van dieren. Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken;
- het vervoeren van dieren. Daarbij worden onder andere voorwaarden gesteld aan het vervoermiddel, de hoeveelheid dieren per vervoermiddel, het in- en uitladen, de duur en afstand van het vervoer en de gesteldheid van de dieren;
- het gebruik van dieren bij wedstrijden. Hieronder valt het verbod op dierengevechten. Voor het gebruik van dieren bij wedstrijden kunnen bij AmvB regels worden gesteld voor onder andere de leeftijd en gezondheid van het dier, de aard van de wedstrijden, het gebruik van stimulerende middelen en geneesmiddelen en de aanwezigheid van een dierenarts.
Onderwerpen op de website van de rijksoverheid:
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/dierenwelzijn
www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/dierziekten

