zaterdag 08 december 2018

 

Van de voorzitter: Kerst 2018

 

Er was eens een oude knobbelzwaan die dobberde op zijn vijver en hij piekerde zich suf. Zoals ieder jaar werd er van hem verwacht dat hij het kerstverhaal zou vertellen aan alle andere vogels op de vijver. De mandarijneendjes waren al weken bezig om hem daaraan te herinneren en ook de roodhalsgansjes lieten geen moment voorbij gaan om hem te vertellen dat ze er weer ontzèèèèèttend naar uitkeken. Het was ook altijd beregezellig op en rond de vijver in december. Hun baasje versierde altijd een paar mooie kerstbomen met lichtjes en een ster in de top. Dat op zichzelf maakte hem al blij maar het bijkomende voordeel van ook ‘s nachts een beetje kijklicht, zodat je zonder moeite 24 uur lang je eten kon vinden, deed zijn buik kriebelen.

Het ging hem de laatste tijd niet meer zo gemakkelijk af om in het donker zijn weg te zoeken. Toen hij jonger was kon hij na de schemering misschien nog wel beter zien dan overdag maar met het klimmen van de jaren gingen niet alleen zijn botten kraken maar ook zijn zicht werd toch wel wat minder moest hij toegeven.

Helemaal vervelend was dat  de grote zwarte knobbel op zijn snavel, hèt symbool van zijn senioriteit en kracht, wel erg groot was gegroeid en derhalve het rechtuit kijken bijzonder lastig maakte. Lange tijd verschool hij zich achter de wetenschap dat een grote knobbel bij een knobbelzwaan gewoon kwam door een flinke dosis mannelijke hormonen maar ergens  een stemmetje dat hij wellicht ook wel eens teveel maïs tot zich had genomen het laatste jaar.

Maar goed, genoeg geklaagd, hij was weliswaar niet meer in de bloei van zijn leven maar mocht er nog best wezen! Helaas voelde dat ‘er nog best mogen wezen’ al een tijdje niet meer zo belangrijk. Dit voorjaar was zijn lieve vrouwtje overleden, na een huwelijk van wel 20 jaar zat zij op een morgen doodstil aan de rand van de vijver en het was hem overduidelijk gebleken dat haar zwanenziel en daarmee zijn zwanenzielsverwant ergens anders was heengegaan. Hij was fantastisch opgevangen door de mandarijneendjes maar ja die kenden dat gevoel van 20 jaar trouw zijn aan elkaar natuurlijk niet echt, die opgewonden standjes waren vooral bezig met hoe zij eruit zagen en welk vrouwtje ze konden versieren. Het meeste begrip had hij nog gekregen van de keizerganzen want die snapten tenminste hoe het was om ècht van één andere vogel te houden en dat voor jaren achteréén!

Daarnaast kwam nog eens het feit dat het stil was geworden op ‘zijn’ vijver. In juni was de baas met een groot schepnet het perk binnengelopen en had hij een heleboel van zijn goede vrienden gevangen, in transportkisten gestopt en  meegenomen. Hij kon het angstige gefluit van de boomeendjes nog horen toen ze al lang en breed in de auto stonden en soms droomde hij er zelfs nog over. Brrrrr, wat zou er toch van hen allemaal geworden zijn?

Hij merkte dat veranderingen in zijn leefomgeving en in zijn dagelijkse manier van doen erg lastig waren om te accepteren. Het eiste van hem om anders tegen bepaalde dingen aan te kijken en dus verder te kijken dan zijn zwanensnavel lang was. Was hij dan zo’n gewoontebeestje of misschien wel helemaal niet flexibel of moest hij gewoon wat meer zijn best doen om uit die veranderingen het beste voor hemzelf te halen? Toch iets om over na te denken bedacht hij terwijl hij een lekkere hap gras uit de oever van de vijver trok.

Diezelfde middag kwam de baas met zijn vrouw weer in het perk en zij dronken, zoals zo vaak, koffie op het bankje in het rozenprieel. Aangezien er dan altijd wel een boterhammetje werd gevoerd zorgde hij ervoor vlakbij de mensen te zijn om zijn deel niet te missen. Zo kon hij dus ook het gesprek volgen wat er werd gevoerd. Het ging over positieflijsten en invasieve exoten (wat moest hij zich dáár nu weer bij voorstellen?) over ringplicht en over leewieken. Hij luisterde aandachtig  en begreep daardoor nu eindelijk waarom hij aan de ene kant een kleinere vleugel had dan aan de andere kant. Er kwamen wel eens wilde eenden op bezoek in zijn vijver en die hadden twee gelijke vleugels waarmee ze de lucht in konden gaan. Hij had dat in zijn jonge jaren ook wel eens geprobeerd maar dat was hem nooit gelukt. En waarom zou hij ook eigenlijk? Hij kreeg zijn natje en zijn droogje op een presenteerblaadje en doordat er een mooi hek om het perk stond was hij ook veilig voor roofdieren dus waarom zou hij in hemelsnaam wíllen vliegen?!

Hij begreep ook uit wat zijn baasje zei dat deze de hobby van het vogelhouden niet meer zo zag zitten door alle regels en dat hij daarom zoveel vogels had gevangen en had weggebracht. ,,We laten onze Knobbel maar in zijn eentje zwemmen, daar zal hij vast niks van krijgen, toch?!“ sprak zijn baasje. Hij had duidelijk verdriet over de gang van zaken en zijn vrouw ook!

Sindsdien was hij dus alleen geweest op de vijver met als enig gezelschap die drukke mandarijneendjes, de keffende roodhalzen en het oude koppel keizerganzen.

Hij schudde met zijn kop om de trieste gedachten kwijt te raken want hij moest immers nog steeds een kerstverhaal verzinnen.

De dagen verstreken en tegen kerstavond had hij nog steeds geen inspiratie voor een mooi verhaal. Plotseling was er een hoop kabaal en daar was ineens zijn baas met een vriend die allerlei soorten kisten en dozen het perk binnen droegen. Tot zijn stomme verbazing kwamen er uit de dozen rossgansjes, kuifzaagbekjes, slob-, kuif- en tafeleenden en zijn ogen schoten vol toen er met veel gefluit een groepje witwangboomeendjes tevoorschijn kwam.

Maar het allermooiste kwam nog: uit de grootste kist schreed, als een koningin, een prachtig knobbelzwaanvrouwtje en zij liet zich, méér dan sierlijk, in het water van zíjn vijver glijden!

Alsof het nooit anders was geweest bewogen zij samen hun slanke halzen op en neer en vormden daarmee het aloude symbool van liefde, een hart zo mooi zoals alleen knobbelzwanen dat maken kunnen!

Hij hoorde zijn baas zeggen: ,,Al zijn of komen er nog zoveel regels en beperkingen, mij nemen ze het genieten en houden van vogels niet af!” en hij proostte met zijn vriend met een biertje in de hand.

Die avond, kerstavond, gingen  de lichtjes in de kerstbomen aan en bracht de vrouw van de baas een lekkere extra portie brood en maïs. De vogels op de vijver, met de mandarijneendjes voorop verzamelden zich rond de zwaan en zijn nieuwe koningin en wachtten vol spanning op wat hun imposante witte verhalenverteller voor hen dit jaar in petto had.

De zwaan rechtte zijn rug, boog zijn hals in een fraaie S-vorm en schraapte zijn keel:

,,Er was eens een oude knobbelzwaan die dobberde op zijn vijver…”

Gezellige en warme Kerstdagen voor u en diegenen die u lief zijn en veel inspiratie, positiviteit en doorzettingsvermogen in de hobby voor 2019!

Namens het hoofdbestuur van Aviornis International Nederland,

Pierreco Eyma
voorzitter