Vogel
Groene dwergijsvogel
Groene dwergijsvogel
Chloroceryle aenea
Log in om deze soort toe te voegenDe Groene dwergijsvogel behoort tot het geslacht Chloroceryle binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).
De groene dwergijsvogel leeft van zuidelijk Mexico tot noordelijk Argentini� en bezet dichte bossen nabij kleine beken, rivieren en moerassen. Deze vogel is de kleinste van de Nieuwe Wereld ijsvogels en prefereert de beschutting van beboste landschappen. Door zijn kleine formaat en schuw gedrag is hij moeilijk waar te nemen, maar hij is een belangrijke component van zijn habitat door zijn rol in het ecologisch evenwicht.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- IJsvogels (Alcedinidae)
- Bird Genus
- Chloroceryle
Ringmaat
Welzijnsadviezen
IJsvogels
IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
- Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
- Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
- Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
Het mannetje is de kleinste Amerikaanse ijsvogelsoort, met een lengte van circa 13�14 cm en een gewicht van ongeveer 15 gram. De bouw is compact, met een korte staart, grote kop en rechte snavel. De kruin, rug en vleugels zijn glanzend donkergroen tot bronsgroen, vaak met een subtiele koperachtige glans. De keel en kin zijn wit, scherp begrensd door een brede kastanjebruine borstband die zich soms uitstrekt tot op de flanken. De buik en onderstaartdekveren zijn wit. De snavel is lang, recht en zwart, de iris donkerbruin, en de poten zijn rood tot oranjerood.
Vrouw:
Het vrouwtje verschilt duidelijk van het mannetje door het ontbreken van de kastanjebruine borstband. Haar onderzijde is grotendeels wit, met soms een smalle groen gespikkelde borstband. De rest van het verenkleed � glanzend groen boven en wit onder � is gelijk aan dat van het mannetje. De snavel is iets korter, met een lichtere, grijsbruine ondersnavelbasis.
Juveniel:
Juvenielen hebben een matter, grijsgroen verenkleed zonder de metaalglans van de volwassen vogels. De borstband bij jonge mannetjes is smal en vaag, terwijl jonge vrouwtjes meestal geheel wit blijven aan de onderzijde. De snavel is korter en donkergrijs met een bleke ondersnavelbasis. De poten zijn vleeskleurig tot oranjeachtig, en de iris bruin. De volwassen glans ontwikkelt zich pas na de eerste volledige rui.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers, kaal en blind bij het uitkomen, met roze huid. Binnen enkele dagen ontwikkelen ze dun grijs dons. De snavel is kort en bleekgrijs, de poten vleeskleurig. De karakteristieke groene bovenzijde en kastanjebruine borstband verschijnen pas in de late jeugdfase, kort voor het uitvliegen.