Manipurkwartel

Perdicula manipurensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Manipurkwartel behoort tot het geslacht Perdicula binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogel, ook wel de manipurdwergpatrijs, is een dwergpatrijs die voornamelijk voorkomt in het noordoosten van India en Bangladesh. De soort bewoont vochtige graslanden met hoog gras en andere moerasvegetatie. Het is een kritisch bedreigde soort vanwege habitatverlies en -fragmentatie, wat leidt tot een dalende populatiegrootte. Er was zelfs een langdurige periode zonder bevestigde waarnemingen, totdat er in 2006 weer een zichting werd gemeld.

Manipurkwartel
Manipur Bush-Quail
Manipur Bush-Quail
Perdicule du Manipur

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Perdicula

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
  • Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
    •    Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
    •    Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
    •    Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
    •    Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18
  • Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
  • Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
    •    De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Man:
Het mannetje is een kleine kwartelachtige van circa 18�20 cm lengte. Het verenkleed is warm kastanjebruin tot zandkleurig, met donkere lengtestrepen en lichte vlekken die uitstekende camouflage bieden in grasland. De kop toont een duidelijke lichte wenkbrauwstreep en een donkere oogstreep. De keel is vuilwit, afgegrensd door een kastanjebruine tot zwarte keelband. De borst is grijsbruin met fijne donkere streepjes, terwijl de buik lichter beige tot vuilwit is. De flanken hebben brede kastanjebruine en lichte strepen. De snavel is kort en donkergrijs, de poten vleeskleurig tot oranjeachtig, en de iris donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is gelijk in formaat, maar minder contrastrijk. De keelband ontbreekt of is slechts vaag aanwezig. De borst is lichter grijsbruin en de flanken zijn minder uitgesproken getekend. De snavel en poten zijn identiek van kleur aan die van het mannetje, maar meestal iets valer.

Juveniel:
Juvenielen zijn egaler bruin met slechts zwakke streping. De kop is eenvoudiger getekend, met een vage wenkbrauwstreep en een minder duidelijke oogstreep. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige zonder kastanjebruine accenten. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zeer donker. Bij het ouder worden ontwikkelen ze de meer contrastrijke kop- en borsttekening van volwassen vogels.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met geelbruin dons, voorzien van donkere lengtestrepen over rug en kop, een doeltreffend camouflagepatroon in grasrijke leefgebieden. De onderzijde is lichtgeel tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het volwassen tekeningpatroon verschijnt pas na de eerste rui.