Bandstaartbananeneter

Crinifer zonurus

Log in om deze soort toe te voegen

De Bandstaartbananeneter (Synoniem: Goegoeko) behoort tot het geslacht Crinifer uit de familie van Toerako's (Musophagidae).

Deze grote vogel uit de familie van de turaco's komt voornamelijk voor in sub-Saharaans Afrika, van oostelijk Nigeria tot delen van Oost-Afrika. Ze bewonen vooral beboste savannes, bosranden, rivierbossen, agrarische gebieden en stedelijke parken en tuinen. Qua gedrag zijn ze voornamelijk boombewoners en worden ze vaak aangetroffen in groepen.

Bandstaartbananeneter
Eastern Grey Plantain-eater
Bindenl�rmvogel
Touraco � queue barr�e

Taxonomische indeling

Bird Order
Toerako's (Musophagiformes)
Bird Family
Toerako's (Musophagidae)
Bird Genus
Crinifer

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Toerako's

Toerako’s zijn middelgrote, tropische bosvogels afkomstig uit Afrika. Ze brengen veel tijd door in bomen en struiken en vragen in de avicultuur om ruime, groene volières met klimmogelijkheden en beschutting. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (8–12 m² per paar, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, klimplanten en takken; droog, tochtvrij binnenverblijf.
  • Klimaat: tropische omstandigheden; temperatuur bij voorkeur boven 10–15 °C; in winter verwarmd binnenverblijf; luchtvochtigheid 50–70%.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels eventueel apart.
  • Voeding: zachtvoer voor vruchtenetende vogels; vers fruit, bessen, bladgroen en af en toe insecten; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: rustige omgeving met veel verrijking, natuurlijke begroeiing en variatie in zitmogelijkheden.
Purperkuiftoerako

Man:
Het mannetje is een middelgrote tot grote loerie van circa 50�55 cm lengte. Het verenkleed is overwegend grijs, met een donkere, opgerichte kuif die de soort een karakteristiek silhouet geeft. De vleugels zijn donkergrijs tot zwartachtig met een lichte grijze zoom. De onderzijde is lichter grijs, soms bijna vuilwit. De staart is lang en afgerond, zwart met een brede, witte eindband die in vlucht sterk contrasteert en de soortnaam verklaart. De snavel is kort, sterk gebogen en hoornkleurig tot geelachtig. De poten zijn donkergrijs en de iris is bruin, omlijst door een onopvallende grijze huidring.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje en is nauwelijks in het veld te onderscheiden. Ze is gemiddeld iets kleiner en kan een minder contrastrijke witte staartband hebben. Overige kenmerken, zoals kuif, snavel en poten, zijn identiek.

Juveniel:
Juvenielen zijn doffer van kleur, met een egaler bruingrijs verenkleed. De kuif is korter en minder uitgesproken. De staart is korter en de witte eindband smaller of nog onvolledig ontwikkeld. De snavel is grijzer, de poten lichter en de iris donkerbruin.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met dun, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder, de onderzijde vuilwit tot cr�me. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij geboorte, later donkerbruin. De lange staart en contrasterende eindband ontwikkelen zich pas na de eerste jeugdrui.