Schildtoerako

Tauraco violaceus

Log in om deze soort toe te voegen

De Schildtoerako (Synoniem: Violette toerako) behoort tot het geslacht Tauraco uit de familie van Toerako's (Musophagidae).

Deze kleurrijke vogel leeft in West-Afrika, van Senegal tot de Centraal-Afrikaanse Republiek, en bewijst zich thuis in bosrijke gebieden, bosranden en soms tuinen met hoge bomen. Hij voedt zich vooral met bessen en vruchten, met een speciale voorkeur voor vijgen. Deze vogel is sociaal en beweegt zich vaak onopvallend tussen het gebladerte.

Schildtoerako
Violet Turaco
Schildturako
Touraco violet

Taxonomische indeling

Bird Order
Toerako's (Musophagiformes)
Bird Family
Toerako's (Musophagidae)
Bird Genus
Tauraco

Ringmaat

Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mm

Welzijnsadviezen

Toerako's

Toerako’s zijn middelgrote, tropische bosvogels afkomstig uit Afrika. Ze brengen veel tijd door in bomen en struiken en vragen in de avicultuur om ruime, groene volières met klimmogelijkheden en beschutting. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruime volière (8–12 m² per paar, 2–3 m hoog) met dichte beplanting, klimplanten en takken; droog, tochtvrij binnenverblijf.
  • Klimaat: tropische omstandigheden; temperatuur bij voorkeur boven 10–15 °C; in winter verwarmd binnenverblijf; luchtvochtigheid 50–70%.
  • Sociaal: houden in paren of kleine familiegroepen; tijdens broedperiode koppels eventueel apart.
  • Voeding: zachtvoer voor vruchtenetende vogels; vers fruit, bessen, bladgroen en af en toe insecten; altijd vers drink- en badwater.
  • Overig: rustige omgeving met veel verrijking, natuurlijke begroeiing en variatie in zitmogelijkheden.
Purperkuiftoerako

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
Het mannetje is een middelgrote loerie van circa 45 cm lengte. Het verenkleed is overwegend diep violetblauw met een opvallende metaalachtige glans. De rug en vleugels zijn donker paarsblauw, terwijl de onderzijde meer donker violet is. De slagpennen zijn kastanjebruin en vallen vooral in vlucht op. De kop draagt een hoge, rechtopstaande kuif die glanzend paarsblauw is, soms met een lichtere zweem aan de toppen. De snavel is kort en krachtig, helder rood. De ogen zijn oranjerood en omgeven door een brede, kale rode oogring die contrasterend afsteekt tegen het donkere gezicht. De staart is lang en trapvormig, violet met een blauwe glans. De poten zijn donkergrijs tot zwart.

Vrouw:
Het vrouwtje is vrijwel identiek aan het mannetje en nauwelijks te onderscheiden in het veld. Ze is gemiddeld iets kleiner en de kuif is korter. De kleuren van snavel en oogring zijn gelijk.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter en grijzer van toon, met een minder intense violetblauwe glans. De kuif is korter en minder opvallend. De oogring is kleiner en bleker rood, soms eerder roze. De snavel is grijsgroen en verkleurt na verloop van tijd naar rood. De iris is bruin in plaats van oranjerood.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met donkerbruin dons. Zoals bij andere loeries hebben ze kleine haakvormige structuren aan vleugels en poten, waarmee ze zich door takken en struiken kunnen bewegen. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen gesloten bij geboorte, later donkerbruin. Het paarsviolette kleed en de opvallende kuif verschijnen pas tijdens de eerste jeugdrui.