Vogel
Goudfazant
Goudfazant
Chrysolophus pictus
Log in om deze soort toe te voegenDe Goudfazant behoort tot het geslacht Chrysolophus binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze vogelsoort is inheems in de bergbossen van westelijk China, maar ze zijn ook geïntroduceerd in andere regio's. Ze bewonen voornamelijk dichte, donkere jonge naaldbossen met weinig ondergroei. Het zijn voornamelijk grondlevende vogels die zich voeden met zaden, granen, fruit, bladeren en ongewervelde dieren. Ze zijn niet sterk vliegend en verkiezen rennen boven vliegen. 's Nachts roesten ze in bomen en trekken ze naar lagere delen in de winter op zoek naar voedsel.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Chrysolophus
Ringmaat
Man 10.0 mm Vrouw 10.0 mmWelzijnsadviezen
Fazanten
Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving.
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
- Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière;
bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd. - Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
- Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
- Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Man:
Het mannetje heeft een zeer kleurrijk verenkleed. De kop is goudgeel met een felrode halsmantel die zich naar de borst uitstrekt. Het gezicht heeft een zwarte oogstreep en een oranje tot roodachtige iris. De rug en vleugels zijn groen tot olijfgroen met zwarte vlekken, terwijl de rug en staartkastanjebruin zijn met fijne donkere strepen. De lange staart is kastanjebruin met zwarte strepen en vormt een opvallend kenmerk van de soort. De snavel is geelachtig, de poten grijs.
Vrouw:
Het vrouwtje is aanzienlijk minder kleurrijk. Het verenkleed is grotendeels bruin met lichtere strepen en vlekken, wat een uitstekende camouflage biedt. De borst en buik zijn lichtbruin, de kop en nek iets donkerder. De snavel is grijs, de poten bruinachtig en de iris donkerbruin.
Juveniel:
Jonge vogels lijken op het vrouwtje maar zijn over het algemeen matter van kleur. Het bruine patroon is uniformer en de strepen zijn minder scherp afgetekend. De snavel en poten zijn grijsachtig, de iris bruinachtig.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, bruin dons met lichte strepen over de rug en kop voor camouflage. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.