Heilige ijsvogel

Todiramphus sanctus

Log in om deze soort toe te voegen

De Heilige ijsvogel behoort tot het geslacht Todiramphus binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).

Deze vogelsoort is wijdverspreid in Australi�, Nieuw-Zeeland en de eilanden in de omgeving, zoals Lord Howe Island, Norfolk Island en Nieuw-Guinea. Ze zijn te vinden in open bossen, mangroven en langs rivieren en meren. Het zijn pati�nte jagers die vaak perchen op lage takken om insecten en kleine dieren te vangen. Ze gedragen zich sociaal en kunnen in groepen worden gezien, vooral tijdens de migratie naar warmer gebieden.

Heilige ijsvogel
Sacred or Flat-billed Kingfisher [excl. vitiensis]
0
Martin-chasseur sacr� ou M.-c. des Samoa [excl. vitiensis]

Taxonomische indeling

Bird Order
Scharrelaars (Coraciiformes)
Bird Family
IJsvogels (Alcedinidae)
Bird Genus
Todiramphus

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

IJsvogels

IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
  • Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
  • Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
  • Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen-IJsvogels

Man:
Het mannetje is een middelgrote ijsvogel van circa 22�24 cm lengte, met een stevige bouw, korte staart en krachtige, rechte snavel. De kruin, mantel, vleugels en staart zijn glanzend kobaltblauw tot blauwgroen, met een turquoise glans op de rug. De teugel en oorstreek zijn zwart, wat scherp contrasteert met de witte keel, wangen en onderzijde. De borst en flanken zijn soms licht beige getint. De snavel is lang, recht en zwart, de iris donkerbruin, en de poten zijn grijs tot zwartachtig. In vlucht vallen de helderblauwe rug en contrasterende witte onderzijde sterk op.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, maar is gemiddeld iets kleiner en heeft lichter blauwe bovenzijden met een iets groenere tint. De onderzijde kan meer cr�me- of buffkleurig zijn. De snavel is iets korter en soms lichter aan de basis van de ondersnavel.

Juveniel:
Juvenielen zijn valer van kleur, met een groenblauw verenkleed boven en een vaal witte onderzijde met bruine zweem. De zwarte teugel is minder scherp omlijnd. De snavel is donkergrijs met een bleke ondersnavelbasis, en de poten zijn vleeskleurig tot grijs. De volwassen glans en contrasterende patronen ontwikkelen zich na de eerste rui.

Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers en worden kaal en blind geboren, met roze huid. Binnen enkele dagen verschijnt dun grijs dons. De snavel is kort en bleekgrijs, de poten vleeskleurig. De blauwe bovenzijde en witte onderzijde ontwikkelen zich pas in de late jeugdfase, kort voor het uitvliegen.