Kuifsjakohoen

Penelope purpurascens

Log in om deze soort toe te voegen

De Kuifsjakohoen (synoniem: Kuifgoean) behoort tot het geslacht Penelope binnen de familie van Hokkos, Goeans (Cracidae).

Deze vogel leeft in vochtige bossen en bosranden van Mexico tot Venezuela, waar hij voornamelijk in bomen foerageert. Het is een sociale soort die vaak in paren of kleine groepen voorkomt en zich voedt met fruit en insecten. Hij bouwt nesten van takken en wordt door het vrouwtje bebroed.

Kuifsjakohoen
Crested Guan
Haubenguan
Pénélope panachée

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Sjakohoenders en hokko's (Cracidae)
Bird Genus
Penelope

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Hokkos, Goeans

Hokkos en Goeans zijn middelgrote tot grote boshoenders uit Midden- en Zuid-Amerika. Ze leven in dichte bebossing en voeden zich met vruchten, bladeren en kleine ongewervelden. In de avicultuur vragen ze om ruime, groen ingerichte verblijven met hoge rustplaatsen en een warm, vochtig klimaat. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.

  • Huisvesting: ruim buitenverblijf met begroeiing en open zones (40–60 m² per koppel); hoge zitstokken of boomstammen aanwezig; binnenverblijf ± 3–4 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: tropisch/subtropisch; temperatuur 20–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; beschutting tegen regen en tocht noodzakelijk.
  • Sociaal: te houden in paren of familiegroepen; tijdens broedperiode territoriaal – bij voorkeur per koppel afzonderlijk; rustige omgeving bevordert natuurlijk gedrag.
  • Voeding: fruit, bessen, zaden, jonge bladeren en insecten; aanvullen met universeelvoer of zachtvoer; dagelijks vers drinkwater en afwisseling in voer belangrijk.
  • Overig: nestgelegenheid op hoogte in struiken of takvorken; dagelijkse reiniging en controle van water en voer; ruime, groene inrichting voorkomt stress.
Huisvestingsrichtlijnen-Hokkos-Goeans

Man:
Het mannetje is een forse guan van circa 85-95 cm lengte, met een lange, afgeronde staart en slanke bouw. Het verenkleed is overwegend donker olijfbruin, waarbij de borst en flanken lichte, zandkleurige veerranden hebben die een fijn geschubd patroon vormen. De rug en vleugels hebben een bronsgroene glans. De kop is relatief klein, met een zwarte snavel, een kale felrode keelwam en een donkere iris. De staart is lang, bruinzwart met een subtiele groene glans. De poten zijn rood.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, inclusief de rode keelwam en het geschubde borstkleed. Ze is gemiddeld iets kleiner en slanker gebouwd, en de verenkleedglans kan minder intens zijn. De keelwam is doorgaans kleiner en minder fel rood.

Juveniel:
Juvenielen zijn matter bruin en missen de duidelijke glans en felrode keelwam van de adulten. De lichte veerranden op borst en flanken zijn breder, waardoor het geschubde effect sterker lijkt. De snavel is donkergrijs, de iris bruin en de poten vleeskleurig tot dof rood.

Kuiken:
De kuikens zijn nestvlieders en bedekt met geelbruin dons voorzien van donkere vlekken en strepen die uitstekende camouflage bieden op de bosbodem. De onderzijde is vuilwit. De snavel is klein en grijszwart, de poten vleeskleurig, en de iris donker. De rode keelwam en de iriserende glans ontwikkelen zich pas later tijdens de jeugdfase.