Vogel
Lilakapvruchtenduif
Lilakapvruchtenduif
Ptilinopus coronulatus
Log in om deze soort toe te voegenDe Lilakapvruchtenduif behoort tot het geslacht Ptilinopus uit de familie van duiven (Columbidae)
.
De lilakapjufferduif is een vogel die endemisch is in Nieuw-Guinea. Zij leeft in subtropische of tropische droge en vochtige laaglandbossen, vooral in heuvelachtig terrein. De vogel is gekenmerkt door de karakteristieke tuin van veren op het hoofd. Hun habitat bestaat uit beboste gebieden waar ze zich voeden met vruchten. Het zijn sociale vogels met een unieke, lage roep. Ze zijn kleurrijk met een groene kop, nek en borst, en een gele buik.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Ptilinopus
Ringmaat
Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een kleine tot middelgrote vruchtenduif van circa 22-24 cm lengte. Het verenkleed is opvallend kleurrijk: de kruin draagt een korte, zilverachtig witte tot lichtgrijze kuif die de soortnaam verklaart. De kop en nek zijn grijsgroen, terwijl de borst zacht grijsachtig is met een ronde karmozijnrode vlek in het midden. De buik is helder geel tot goudgeel, contrasterend met de intens groene rug en vleugels. De onderstaartdekveren zijn oranjerood tot karmozijn. De staart is groen met een grijzige eindband. De snavel is lichtgroen met een bleek puntje, de poten rood en de iris oranjerood, omgeven door een smalle, grijze oogringen.
Vrouw:
Het vrouwtje mist de zilverachtige kuif en de rode borstvlek, en is daardoor overwegend egaal groen. De onderzijde is geelgroen, maar minder contrastrijk dan bij het mannetje. De vleugel- en staarttekening zijn gelijk, evenals de snavel en poten. De iris kan wat valer oranje zijn.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een matter en grijzer groen verenkleed. De borst is egaal groenachtig zonder rode vlek en de buik geelachtig. De vleugels hebben bredere, lichtere randen waardoor een geschubd effect zichtbaar is. De iris is donkerbruin, de snavel grijzer en de poten valer rood.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met dun, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder, de onderzijde vuilwit tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen zijn bij geboorte gesloten, later donkerbruin. De kuif en kleurrijke borsttekening ontwikkelen zich pas tijdens de eerste jeugdrui.