Australische kluut

Recurvirostra novaehollandiae

Log in om deze soort toe te voegen

De Australische kluut behoort tot het geslacht Recurvirostra uit de familie van Kluten en steltkluten (Recurvirostridae).

Deze slanke steltloper komt voor in het zuiden van Australi� en leeft vooral in ondiepe zoete, zoute of brakwaterige wetlands en estuariene slikken. Het is een nomadische vogel die beweegt op basis van regenval, broedt in losse kolonies en verdedigt zijn nest actief. Sociabel en herkenbaar aan zijn muzikale roep, zoekt hij soms het kustgebied op bij droogte.

Australische kluut
Red-necked avocet
Rotkopfs�belschn�bler
Avocette d'Australie

Taxonomische indeling

Bird Order
Steltloperachtigen (Charadriiformes)
Bird Family
Kluten (Recurvirostridae)
Bird Genus
Recurvirostra

Ringmaat

Voor deze vogel is geen pootringmaat bekend, omdat de soort niet in de ringenlijst voorkomt. Dit kan komen doordat de vogel weinig of niet in de avicultuur wordt gehouden, of doordat er nog geen ervaring is met het ringen van deze soort.
Man 0.0 mm Vrouw 0.0 mm

Welzijnsadviezen

Kluten en Steltkluten

Kluten en Steltkluten zijn sierlijke steltlopers die voorkomen in open, ondiepe waterrijke gebieden. Ze foerageren in ondiep water op insecten en kleine waterdieren en broeden op open zand- of grindvlaktes. In de avicultuur vragen ze om ruime water- en landzones, een schone omgeving en rustige omstandigheden. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Huisvesting: buitenverblijf met vijver of moerasgedeelte (30–40 m² per koppel); waterdiepte 10–25 cm; zandige oever en open vegetatie; binnenverblijf ± 2–3 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
  • Klimaat: gematigd; temperatuur 10–25 °C; bij vorst verwarmd binnenhok; schone waterpartij en goede drainage belangrijk; schaduw in de zomer voorzien.
  • Sociaal: kolonievogels; te houden in groep of koppel; territoriaal tijdens broedperiode; rustige omgeving vermindert stress.
  • Voeding: insecten, wormen, kreeftachtigen en weekdieren; watervogelvoer met insecten en garnalen; voer deels in water aanbieden; altijd schoon drinkwater beschikbaar.
  • Overig: broedplaatsen op eilanden of grindzones; regelmatige waterverversing; dagelijkse hygiëne; rustige ligging bevordert natuurlijk gedrag en broedsucces.
Huisvestingsrichtlijnen Kluten en steltkluten

Man:
Het mannetje heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een kastanjebruine kop en nek, wat een kenmerkend verschil vormt met andere kluten. De rug, buik en onderzijde zijn wit. De bovenvleugels zijn zwart en wit, met brede zwarte banden die in vlucht goed zichtbaar zijn. De snavel is lang, dun en sterk opwaarts gekromd. De poten zijn blauwgrijs tot blauwgroen en zeer lang. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje, met hetzelfde kastanjebruine kop- en nekkleed en het contrasterende zwart-witte lichaam. Ze is meestal iets kleiner en de snavel kan korter en minder uitgesproken gekromd zijn. De poten en iris zijn identiek aan die van het mannetje.

Juveniel:
Jonge vogels lijken op de volwassen vogels, maar de kastanjebruine kop en nek zijn minder intens en vaak gemengd met grijsbruine veren. De zwarte delen van het verenkleed zijn bruinzwart in plaats van diep zwart. De snavel is korter, rechter en dunner, en nog niet volledig opwaarts gekromd. De poten zijn valer grijs en de iris donkerbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met licht cr�me- tot zandkleurig dons met donkere vlekken en strepen op de bovenzijde voor camouflage in hun leefgebied. De onderzijde is wit. De snavel is kort, recht en donkergrijs; de karakteristieke opwaartse kromming ontwikkelt zich pas later. De poten zijn relatief lang en grijsgroen, en de iris is donker.