Blauwe oorfazant

Crossoptilon auritum

Log in om deze soort toe te voegen

De Blauwe oorfazant behoort tot het geslacht Crossoptilon binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De blauwoor fazant is een grote vogelsoort die uitsluitend voorkomt in de berggebieden van centraal en westelijk China, vooral op hoogtes tussen 2.500 en 4.500 meter. Deze vogel leeft in naald- en gemengde bossen, struikgewas en open graslanden, vaak ver verwijderd van menselijke activiteit, waar de vogels vooral genieten van een veilige habitat op steile hellingen met veel wildpaden. Blauwoor fazanten zijn sociaal levend, leven in groepen of paren en zijn actieve, territoriale vogels, die tijdens het broedseizoen extra agressief zijn. Het menu bestaat voornamelijk uit besjes en plantaardig materiaal. Ze maken hun nest op de grond en de wijfjes broeden drie tot vier weken op 5-12 eieren. De vogels zijn polygaam: een mannetje kan een harem van meerdere vrouwtjes hebben. Ze tonen seksgebonden gedrag: mannetjes zijn overdag actiever, terwijl vrouwtjes vooral bij het nest blijven en slechts korte uitstapjes maken.

Blauwe oorfazant
Blue Eared-Pheasant
Blauflügel-Ohrfasan
Hokki bleu

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Crossoptilon

Ringmaat

Man 15.0 mm Vrouw 15.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
  • Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
    •    Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
    •    Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
    •    Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
    •    Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18
  • Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
  • Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
    •    De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Man:
Het mannetje heeft een opvallend blauwgrijs verenkleed met een zilverachtige glans op rug, borst en vleugels. De kop is donkerder blauwgrijs met opvallende, lange blauwe oorpluimen aan beide zijden van het hoofd. De nek en borst zijn lichtblauwgrijs, de rug donkerder. De staart is lang en blauwgrijs met een lichte glans. De snavel is donkergrijs tot zwart, de poten donkergrijs. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is iets kleiner en minder glanzend. De oorpluimen zijn korter en minder opvallend. Het verenkleed is overwegend blauwgrijs met minder metallic glans. De snavel en poten zijn donkergrijs en de iris donkerbruin.

Juveniel:
Juveniele vogels lijken op het vrouwtje maar zijn matter van kleur en missen de langere oorpluimen. De snavel en poten zijn donkergrijs en de iris donkerbruin.

Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met grijsbruin dons met lichtere vlekken voor camouflage in het bos. De onderzijde is lichter beige. De snavel is klein en grijsachtig, de poten vleeskleurig en de iris donker.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 200
  • Tijdschrift 298