Vogel
Streepfazant
Streepfazant
Lophura leucomelanos lineata
Log in om deze soort toe te voegenDe Streepfazant behoort tot het geslacht Lophura binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze vogelsoort leeft in tropische bossen van zuidelijk Myanmar tot noordwestelijk Thailand. Ze verblijven vooral in dichte vegetatie en bosschages. Hun gedrag kenmerkt zich door het zoeken naar voedsel op de bosbodem, waar ze insecten en zaden eten, en ze vertonen vaak schuw maar territoriaal gedrag.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Lophura
Ringmaat
Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mmWelzijnsadviezen
Fazanten
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
- Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
• Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
• Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
• Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
• Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18 - Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
- Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
• De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer. - Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje is een middelgrote fazant van circa 70-75 cm lengte. Het verenkleed is overwegend zwart met een groene tot blauwachtige metallic glans, vooral op borst en rug. De rug- en vleugeldekveren zijn deels wit tot zilverachtig, vaak met subtiele zwarte bandering die een geschubd patroon vormt. Op de kop bevindt zich een korte, zwarte kuif. De staart is middellang, zwart met een groene weerschijn en afgerond. Rond het oog ligt een opvallende kale, felrode huidzone. De snavel is hoornkleurig tot grijs, de poten zijn rood en voorzien van sporen, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en soberder gekleurd, met een overwegend bruin tot kastanjebruin verenkleed voorzien van donkere bandering en lichtere schubjes. De borst en buik zijn beige tot lichtbruin met fijne stipjes. De staart is korter en bruin met bandering. De kale ooghuid is rood maar valer en minder contrastrijk dan bij het mannetje. De snavel is grijsbruin, de poten roodachtig maar slanker en meestal zonder sporen, en de iris is bruin.
Juveniel:
Juvenielen zijn matter van kleur en lijken sterk op het vrouwtje. Het verenkleed is overwegend bruin met vage donkere patronen; de borst en buik zijn vuilwit tot beige met subtiele stipjes. De staart is kort en gebandeerd. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot bleekrood en de iris zeer donker. Bij jonge hanen verschijnen tijdens de eerste rui de glanzend zwarte veren en de lichtere rugtekening.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht geelbruin dons met brede donkere lengtestrepen over rug en kop, een uitstekend camouflagepatroon op de bosbodem. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil in verenkleed wordt pas zichtbaar na de eerste rui.