Jungle bush kwartel

Perdicula asiatica

Log in om deze soort toe te voegen

De Jungle bush kwartel (synoniem: Frankolijnkwartel) behoort tot het geslacht Perdicula binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

Deze vogel komt voor in India en Sri Lanka en heeft vijf ondersoorten. Het is een kleine kwartel die in droge gebieden met schrale begroeiing of rotsachtige omgevingen leeft. Deze vogels voeden zich met zaden en kleine insecten, vaak in groepjes van 6 tot 25 vogels. Het paarseizoen begint na de regentijd en duurt tot het einde van de koude periode, waarbij het vrouwtje de eieren uitbroedt. Het is een monogame soort met een sterke paarband.

Jungle bush kwartel
Jungle Bush-Quail
Dschungelwachtel
Perdicule de Ceylan

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Perdicula

Ringmaat

Man 5.0 mm Vrouw 5.0 mm

Welzijnsadviezen

Hoenderachtigen

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
  • Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
    •    Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
    •    Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
    •    Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
    •    Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18
  • Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
  • Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
    •    De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Hoenderachtigen

Man:
Het mannetje is een kleine, gedrongen patrijsachtige van circa 19�22 cm lengte. Het verenkleed is overwegend warm kastanjebruin tot roodbruin met een fijne donkere bandering. De kop is bruin met een opvallende witte oogstreep die van de snavelbasis tot achter het oog loopt, contrasterend met de donkere kruin en oorstreek. De keel is wit, omlijst door een zwarte rand die uitloopt in een brede zwarte borstband. De rug en vleugels zijn bruin met zwarte en zandkleurige vlekken, wat een sterk gecamoufleerd patroon oplevert. De buik is vuilwit tot licht zandkleurig met donkere bandering. De snavel is kort en grijszwart, de poten zijn hoornkleurig tot vleeskleurig, en de iris is bruin.

Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar mist de duidelijke zwarte keel- en borstband. Haar keel is vuilwit zonder omlijsting en de borst is licht kastanjebruin tot zandkleurig met fijne bandering. De oogstreep is aanwezig maar vaak minder contrastrijk. Overige kenmerken zoals formaat, snavel en poten zijn identiek.

Juveniel:
Juvenielen zijn doffer en egaler bruin, met zwakkere tekening en bredere lichte veerranden die een geschubd effect geven. De oogstreep is minder duidelijk, en de zwarte borstband ontbreekt. De iris is donkerbruin, de poten zijn bleker en de snavel grijzer.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met donkere strepen over rug en kruin, een typisch camouflagepatroon van grondbroeders. De onderzijde is vuilwit tot cr�me. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de ogen donker. De kenmerkende borsttekening van het mannetje verschijnt pas na de eerste jeugdrui.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 271
  • Tijdschrift 250