Vogel
Berggoean
Berggoean
Penelopina nigra
Log in om deze soort toe te voegenDe Berggoean behoort tot het geslacht Penelopina binnen de familie van Hokkos, Goeans (Cracidae).
Deze vogelsoort leeft in vochtige bergwouden van Zuid-Mexico tot Nicaragua, vaak tussen 700 en 3300 meter hoogte. Mannetjes zijn zwart met rode poten, vrouwtjes bruin en gestreept. Ze eten vruchten, zaden en kleine dieren, bewegen zich behendig tussen de bomen en vertonen opvallende roep- en vleugelgeluiden om hun territorium te markeren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Sjakohoenders en hokko's (Cracidae)
- Bird Genus
- Penelopina
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Hokkos, Goeans
Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.
- Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
- Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
• Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
• Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
• Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
• Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18 - Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
- Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
- Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
• De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer. - Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
- Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
- Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Man:
Het mannetje is een middelgrote guan van circa 65�70 cm lengte met een gedrongen bouw en lange staart. Het verenkleed is grotendeels diep zwart, vaak met een groenige tot blauwige metaalglans op rug en vleugels. De buik en flanken zijn eveneens zwart, zonder de geschubde tekening die veel andere guans tonen. Opvallend is de felrode keelwam, die klein maar goed zichtbaar is. De kop is relatief klein, met een zwarte snavel, donkere iris en kale roodachtige huid rond de oogbasis. De poten zijn robuust en roodachtig.
Vrouw:
Het vrouwtje verschilt duidelijk van het mannetje: haar verenkleed is overwegend donkerbruin in plaats van zwart, met lichtere, zandkleurige randen op de borst- en flankveren die een subtiel geschubd patroon vormen. De keelwam is aanwezig maar vaak kleiner en minder intens rood. De poten zijn eveneens rood, maar soms valer van tint.
Juveniel:
Juvenielen lijken op het vrouwtje, met een bruin verenkleed en lichtere veerranden. Ze missen de diepe zwartglans van de man en vertonen een matter, uniformer bruin kleed. De keelwam is klein of ontbreekt nog volledig. De snavel is donkergrijs, de iris bruin en de poten vleeskleurig tot dof rood.
Kuiken:
De kuikens zijn nestvlieders en bedekt met geelbruin dons met donkere vlekken en strepen, wat camouflage biedt in de bosrijke leefomgeving. De onderzijde is vuilwit. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig, en de iris donker. De zwarte of bruinige volwassen verenkleedkenmerken en de rode keelwam verschijnen pas later.