Vogel
Agapornis fischeri
Agapornis fischeri
Agapornis fischeri
Log in om deze soort toe te voegenDe Agapornis fischeri behoort tot het geslacht Agapornis binnen de familie van Papegaaiachtigen (Psittaculidae).
De Fischers agapornis, ook wel rozekopdwergpapegaai genoemd, is een kleine en intelligente vogelsoort afkomstig uit Noord-Tanzania, waar deze vogels in grote groepen leven in de droge savannes op hoogtes tussen de 1 en 1,7 kilometer. Deze lovebirds zijn zeer sociale en liefdevolle dieren die zich voornamelijk voeden met zaden van grassen en struiken, en ze bouwen hun nesten graag in boomholten of oude vogelnesten. Met een lengte van ongeveer 13 tot 15 centimeter en een gewicht van rond de 40 gram zijn zij uitstekend aangepast aan hun natuurlijke habitat, waar zij zich in kleine groepjes ophouden en samen slapen in bomen om bescherming te zoeken tegen roofvogels.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
- Bird Family
- Papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae)
- Bird Genus
- Agapornis
Ringmaat
Man 5.0 mm Vrouw 5.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden.
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II.
Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt.
In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
- De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
- Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
- Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.
Man:
De man heeft een helder groene lichaamskleur met een gele onderbuik. De kop is oranje-rood, geleidelijk overgaand naar een olijfgroene nek. De vleugels zijn donkergroen met een lichte glans, zonder opvallende randen. De staartveren zijn blauw met een zwarte band aan de uiteinden. De snavel is felrood en heeft een gladde textuur. De poten zijn grijs en hebben een fijne schubbenstructuur. De iris is bruin met een smalle witte oogring.
Vrouw:
De vrouwtjes hebben een vergelijkbaar verenkleed als de mannetjes, maar met minder intense kleuren. De kop is iets minder fel oranje-rood en de overgang naar de nek is subtieler. De vleugels zijn matgroen en missen de glans die bij de man voorkomt. De staart heeft dezelfde blauwe kleur, maar de zwarte band is minder uitgesproken. De snavel is iets minder felrood, maar behoudt dezelfde gladde textuur. De poten zijn eveneens grijs, met een vergelijkbare schubbenstructuur. De iris en oogring zijn identiek aan die van de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer groen verenkleed met een minder uitgesproken oranje-rode kop. De nek is olijfgroen, maar de overgang is minder scherp dan bij volwassen vogels. De vleugels zijn mat en hebben een minder duidelijke kleurverdeling. De staart is blauw, maar de zwarte band is vaak afwezig of vaag. De snavel is oranje in plaats van felrood en heeft een matte afwerking. De poten zijn lichter grijs en de schubben zijn minder prominent. De iris is donkerder en de oogring is minder zichtbaar.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is bleekgeel en nog niet volledig ontwikkeld.