Vogel
Bergparkiet
Bergparkiet
Polytelis anthopeplus
Log in om deze soort toe te voegenDe Bergparkiet (synoniem: Regentparkiet) behoort tot het geslacht Polytelis binnen de familie van Papegaaien (Psittaculidae).
Deze elegante parkiet komt van oorsprong voor in het zuidoosten en zuidwesten van Australi�, waar hij leeft in dicht struikgewas en hoge bomen. De vogel voedt zich voornamelijk met zaden van grassen en onkruiden, maar eet ook vruchten en insecten. Bergparkieten zijn sociaal en verschijnen vaak in groepen, zowel in het wild als in voli�res. Ze zijn bekend om hun sterke karakter en kunnen goed overweg met andere vogelsoorten. In hun leefgebied zoeken ze beschutting in bomen en nestelen ze in holen, waar ze meestal vijf tot zes eieren leggen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
- Bird Family
- Papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae)
- Bird Genus
- Polytelis
Ringmaat
Man 6.5 mm Vrouw 6.5 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden.
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II.
Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt.
In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
- De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
- Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
- Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.
Man:
De man heeft een helder geel verenkleed met een opvallende groene glans op de rug. De vleugels zijn donkerder met een subtiele blauwe tint aan de randen. De kop is intens geel, wat contrasteert met de diepzwarte ogen. De snavel is oranje-rood en licht gebogen, zonder zichtbare was. De staartveren zijn lang en hebben een lichte blauwe schijn. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, wat een scherp contrast vormt met de gele kop.
Vrouw:
De vrouw heeft een doffer geel verenkleed met een olijfgroene tint op de rug. De vleugels zijn minder contrastrijk en hebben een bruine zweem. De kop is minder fel geel, met een subtiele groene gloed. De snavel is lichter oranje en iets slanker dan die van de man. De staart is korter en heeft minder blauwe tinten. De poten zijn grijsbruin en iets ruwer van structuur. De iris is donkerder, bijna zwart, en minder opvallend.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend groen verenkleed met een gele ondertoon op de buik. De vleugels zijn dof groen met een lichte bruine rand. De kop is minder uitgesproken geel en heeft een vage groene tint. De snavel is bleek oranje en nog niet volledig ontwikkeld. De staart is korter en mist de blauwe glans van volwassen vogels. De poten zijn grijs en nog niet volledig ontwikkeld. De iris is donkerbruin, vergelijkbaar met die van de volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, geelachtige veren. De snavel is bleek en zacht.