Vogel
Koningsbuizerd
Koningsbuizerd
Buteo regalis
Log in om deze soort toe te voegenDe Koningsbuizerd behoort tot het geslacht Buteo binnen de familie van Havikachtigen (Accipitridae).
Deze grote roofvogel leeft vooral in open, droge gebieden zoals prairie, grasland en halfwoestijnen in Noord-Amerika. Hij jaagt vanuit de lucht of vanaf een hoge uitkijkpost op kleine zoogdieren en vogels. Vaak nestelt hij in verspreide bomen of op rotsachtige plekken, wat hem een goed overzicht geeft van zijn jachtgebied.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Roofvogels (Accipitriformes)
- Bird Family
- Havikachtigen (Accipitridae)
- Bird Genus
- Buteo
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Overige vogels
De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.
Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.
Wetgeving(en)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
EU verordening bijlage B (CITES appendix II)
Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden.
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II.
Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt.
In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.
De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:
- De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
- Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
- Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.
Man:
De man heeft een overwegend lichtbruin verenkleed met een rossige tint op de borst. De vleugels zijn breed met opvallende donkere randen en lichte dekveren. De staart is wit met een subtiele rossige bandering aan de basis. De kop is licht met een contrasterende donkere oogstreep en een gele was op de snavel. De snavel is haakvormig en donkergrijs van kleur. De poten zijn geel en hebben een robuuste structuur. De iris is donkerbruin, wat een scherp contrast vormt met de lichte kop.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets donkerder verenkleed dan de man, met meer uitgesproken rossige tinten. De vleugels vertonen een duidelijke bandering met donkere en lichte schakeringen. De staart is breder en heeft een meer uitgesproken rossige bandering. De kop is iets groter en heeft een minder opvallende oogstreep. De snavel is vergelijkbaar met die van de man, maar iets forser. De poten zijn eveneens geel, maar iets dikker. De iris is donkerbruin, wat een subtiel contrast geeft met de rest van de kop.
Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend donkerbruin verenkleed met lichtere vlekken op de borst en buik. De vleugels zijn minder breed en hebben een onregelmatige bandering. De staart is grijsbruin met een vage bandering en mist de rossige tint. De kop is donkerder met een minder uitgesproken oogstreep. De snavel is kleiner en lichter van kleur dan bij volwassenen. De poten zijn bleekgeel en slanker van structuur. De iris is lichtbruin, wat een zachter contrast geeft met de kop.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een donzig wit verenkleed dat geleidelijk donkerder wordt. De snavel is klein en lichtgeel, passend bij de jonge leeftijd.