Lannervalk

Falco biarmicus

Log in om deze soort toe te voegen

De Lannervalk behoort tot het geslacht Falco binnen de familie van Valken (Falconidae).

Deze roofvogel leeft in open landschappen zoals savannes, graslanden en rotsachtige gebieden verspreid over Afrika, zuidoostelijk Europa en delen van Azi�. Hij jaagt voornamelijk op vogels en vleermuizen en broedt graag op kliffen of in bomen. Het is een standvogel met soms lokale verplaatsingen afhankelijk van het weer.

Lannervalk (m)
Lanner Falcon
Lannerfalke
Faucon lanier

Taxonomische indeling

Bird Order
Valken en Caracara’s (Falconiformes)
Bird Family
Valkachtigen (Falconidae)
Bird Genus
Falco

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Man:
De man heeft een grijsbruine rug met een subtiele blauwachtige glans. De kop is lichtgrijs met een donkere baardstreep die scherp contrasteert. De borst is bleek met fijne, donkere streepjes die naar de flanken toe breder worden. De vleugels tonen een mengeling van grijs en bruin met lichte randen aan de dekveren. De staart is grijs met smalle, donkere banden en een lichte eindrand. De snavel is blauwgrijs met een gele was en de poten zijn geel. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle, gele oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een donkerder en meer bruinachtig verenkleed dan de man. De kop is eveneens lichtgrijs, maar de baardstreep is breder en minder scherp afgetekend. De borst is cr�mekleurig met bredere, donkere strepen die naar de flanken toe vervagen. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen aan de dekveren. De staart heeft bredere, donkere banden dan die van de man. De snavel is donkergrijs met een gele was en de poten zijn oranjegeel. De iris is donkerbruin met een bredere, gele oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend bruin verenkleed met een matte uitstraling. De kop is lichtbruin met een vaag afgetekende baardstreep. De borst is cr�mekleurig met brede, donkere strepen die naar de flanken toe vervagen. De vleugels zijn donkerbruin met lichtere randen aan de dekveren. De staart is bruin met brede, donkere banden en een lichte eindrand. De snavel is grijs met een bleke was en de poten zijn bleekgeel. De iris is donkerbruin met een smalle, bleke oogring.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dichte, witte donslaag. De snavel en poten zijn bleekgrijs.