Vogel
Talautijsvogel
Talautijsvogel
Todiramphus enigma
Log in om deze soort toe te voegenDe Talautijsvogel behoort tot het geslacht Todiramphus binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).
Deze vogel is endemisch in de Talaud-eilanden ten noorden van Sulawesi in Indonesi�. Het dier leeft in subtropische of tropische vochtige laaglandbossen en rivieren. Het is een sedentaire soort, wat betekent dat het niet migreert. Deze vogels zijn gevoelig voor habitatverlies, maar hun populatie werd als stabiel beschouwd in 2016.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- IJsvogels (Alcedinidae)
- Bird Genus
- Todiramphus
Ringmaat
Welzijnsadviezen
IJsvogels
IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
- Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
- Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
- Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
De man heeft een helderblauw verenkleed met een glanzende afwerking. De kop is donkerder blauw met een lichte, bijna witte keel. De borst is lichtblauw, geleidelijk overgaand naar een witte buik. Vleugels zijn diepblauw met subtiele zwarte randen aan de veren. De snavel is recht en zwart, met een lichte wasachtige basis. Poten zijn donkergrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omringd door een dunne, lichte oogring.
Vrouw:
De vrouw heeft een iets doffer blauw verenkleed dan de man. De kop is lichtblauw met een grijsachtige tint op de keel. De borst is wit met een zachte blauwe waas, die naar de buik toe verbleekt. Vleugels zijn blauw met minder uitgesproken zwarte randen. De snavel is iets korter en donkergrijs, met een lichte wasachtige basis. Poten zijn grijs met een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, met een subtiele, lichte oogring.
Juveniel:
Juvenielen hebben een matblauw verenkleed met een grijsachtige tint. De kop is lichtgrijs met een bleke keel. De borst is wit met een vage blauwe tint, die naar de buik toe verbleekt. Vleugels zijn blauw met versleten zwarte randen. De snavel is kort en grijs, met een onopvallende wasachtige basis. Poten zijn lichtgrijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, zonder duidelijke oogring.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel is kort en lichtgrijs van kleur.