Vietnamese fazant

Lophura hatinhensis

Log in om deze soort toe te voegen

De Vietnamese fazant (synoniem: Vo-Quy's fazant, Vietnam fazant) behoort tot het geslacht Lophura binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De Vietnamese fazant, voormalig beschouwd als een aparte soort, is endemisch in centraal Vietnam met een verspreiding rond de Kẻ Gỗ Nature Reserve in Hà Tĩnh Province. Hij leeft in primaire en secundaire laaglandbossen, tot ongeveer 300 meter boven zeeniveau. De vogel prefereert gesloten kanopiebossen en kan worden gevonden in dichte vegetatie langs beken.

Vietnamese fazant
Edwards's Pheasant
Edwardsfasan
Edwardsfasan

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Lophura

Ringmaat

Man 12.0 mm Vrouw 12.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Deze soort behoort tot de fazantachtigen (Phasianidae) en vraagt om een ruime, natuurlijke en beschutte leefomgeving. 
Voor het welzijn van fazantachtigen is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.

  • Ruimte: ca. 10 m² per paar (2,5 m hoog); bij groepen ± 6 m² per dier vanaf 20 weken; jonge vogels stapsgewijs meer ruimte (1,5 → 3 → 6 m²).
  • Inrichting: volière dicht beplant met struiken/bomen; zitgelegenheid; schuilhok van ca. ⅓ van de volière; 
    bij meerdere volières worden schermen om hanen te scheiden, geadviseerd.
  • Sociaal: houden in paren of haremgroepen; buiten de kweekperiode eventueel apart.
  • Voeding: zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen; in kweek extra dierlijk eiwit (insecten, meelwormen).
  • Overig: geschikte bodembedekking; geen ingrepen zoals snavelkappen of piercings.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogel valt onder bijlage B en wordt niet als direct bedreigd beschouwd, maar staat wel onder bescherming om te voorkomen dat handel de populaties schaadt. In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De belangrijkste vereisten zijn:

  • Mag in avicultuur worden gehouden en gekweekt.
  • Handel en overdracht alleen toegestaan met overdrachtsverklaring of registratie.
  • Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
  • Legale herkomst moet altijd aantoonbaar zijn.
  • Minder streng dan bijlage A, maar wel documentatieplicht.

Man:
Het mannetje is een middelgrote tot grote fazant van circa 75-80 cm lengte, waarvan de staart bijna de helft van het lichaam uitmaakt. Het verenkleed is glanzend zwart met een uitgesproken blauwgroene irisatie op kop, hals, borst en rug. De mantel- en vleugelveren zijn wit met fijne zwarte streping, waardoor een geschubd patroon zichtbaar is. De staart is lang, diep zwart met metaalachtige glans. De kale huid rond de ogen is fel rood en contrastrijk. De snavel is hoornkleurig tot lichtgeel, de poten grijs tot hoornkleurig en voorzien van goed ontwikkelde sporen. De iris is donkerbruin.

Vrouw:
Het vrouwtje is kleiner en veel soberder gekleurd, aangepast aan camouflage. Het verenkleed is overwegend kastanjebruin tot donkerbruin met donkere bandering en schubtekening. De borst en flanken zijn fijner gebandeerd. De staart is korter en bruin gebandeerd. De rode ooghuid is aanwezig maar minder fel. De snavel en poten zijn lichter grijsbruin.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een overwegend bruin, gebandeerd verenkleed. Bij jonge hanen verschijnen de eerste zwarte, glanzende veren op borst en rug in het eerste jaar, gevolgd door langere staartveren en later de witte mantel. De ooghuid wordt gaandeweg roder.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met donkere strepen over rug en kruin, een camouflagepatroon typisch voor grondbroedende fazanten. De onderzijde is vuilwit tot crème. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de ogen donker. Het contrastrijke zwart-witte kleed met irisatie verschijnt pas tijdens de jeugdrui bij hanen.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 186
  • Tijdschrift 305