Zilverfazant

Lophura nycthemera

Log in om deze soort toe te voegen

De Zilverfazant behoort tot het geslacht Lophura binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).

De zilverfasaan is een vogelsoort die voornamelijk in bergbossen van Zuidoost-Azië en delen van China leeft. Deze vogels prefereren hooggelegen gebieden en zijn te vinden in bosrijke habitats tot op 1000 meter hoogte. Ze zijn omnivoren en voeden zich met zaden, planten, insecten en wormen. De zilverfasaan is een polygame soort, waarbij een mannetje met meerdere vrouwtjes paart. De vrouwtjes leggen clutches van 4 tot 6 eieren, die na 23 tot 24 dagen uitkomen.

Zilverfazant
Silver Pheasant
Silberfasan
Faisan argenté

Taxonomische indeling

Bird Order
Hoenderachtigen (Galliformes)
Bird Family
Fazantachtigen (Phasianidae)
Bird Genus
Lophura

Ringmaat

Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mm

Welzijnsadviezen

Fazanten

Hoenderachtigen omvatten een brede groep vogels zoals fazanten, pauwen, hokko’s en ruigpoothoenders. Deze vogels worden in de avicultuur gehouden vanwege hun sierwaarde en gedragsrijkdom. Ze vragen om ruime, veilige en goed ingerichte verblijven met aandacht voor beschutting en afzondering, sociaal gedrag en een natuurlijke bodembedekking. De volgende hoofdpunten worden door Aviornis als welzijnsadviezen aanbevolen.

  • Huisvesting: ruime volière, minimale hoogte > 1,80 m.
  • Het oppervlak in M2 per koppel. (inclusief binnenverblijf en/of afscherming)
    •    Voor kleine soorten (bv Pauwfazanten) > 4
    •    Voor middel grote soorten (bv Elliotfazanten) > 8
    •    Voor grote soorten (bv Oorfazanten) > 12
    •    Voor zeer grote soorten (bv Pauwen, Hokko’s) > 18
  • Omdat zieke en jonge vogels een aangepaste verzorging nodig hebben mag de huisvesting hier van afwijken.
  • Inrichting: volière voorzien van struiken / bomen / lage vegetatie en/of andere elementen om zich achter terug te trekken; zitgelegenheid; met voldoende schuilgelegenheid tegen weersinvloeden.
  • Klimaat: de meeste soorten zijn winterhard; maar moeten wel beschikken over een droge en tochtvrije bescherming.
    •    De niet winterharde soorten moeten beschikken over een vorstvrij binnenverblijf; schaduw is nodig in de zomer.
  • Sociaal: houden volgens soort specifieke structuur, fazanten in koppels, soms zijn trio’s of groepen mogelijk, pauwen mogelijkerwijs in zeer grote verblijven of vrij rondlopend in groepen. De hanen van sommige soorten kunnen vooral in de kweekperiode agressief tegen de hen zijn, daarom zijn voldoende schuilmogelijkeden belangrijk.
  • Voeding: Fazantenvoer of volledig pluimveevoer, aangevuld met zaden, granen, groenvoer, fruit/bessen en insecten; tijdens kweek extra dierlijk eiwit; altijd vers water en grit.
  • Overig: droge, goed doorlatende bodem; geschikte bodembedekking; visuele afscheiding tussen koppels; overbezetting vermijden om stress en verenpluk te voorkomen.
Huisvestingsrichtlijnen Fazanten

Man:
Het mannetje is een middelgrote tot grote fazant van circa 90-125 cm lengte, waarvan de lange, sierlijke staart de helft of meer van de lichaamslengte beslaat. Het verenkleed is contrastrijk: de kop, hals en onderzijde zijn glanzend zwart met een groene tot blauwachtige irisatie. De mantel, rug, vleugels en staart zijn helder wit met fijne zwarte strepen, die een opvallend geschubd patroon vormen. De kale huid rond de ogen is fel rood. De snavel is hoornkleurig, de poten roodachtig en voorzien van sporen. De staart is zeer lang, wit met zwarte tekening, en in vlucht sterk contrasterend.

Vrouw:
Het vrouwtje is veel kleiner (50-70 cm lengte) en sober bruin van kleur. Haar verenkleed is overwegend kastanjebruin tot grijsbruin met fijne donkere bandering, uitstekend geschikt als camouflage. De staart is korter en bruin met een subtiele bandering. De rode ooghuid is aanwezig maar minder opvallend, de snavel en poten zijn grijzer en kleiner.

Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje: bruin gebandeerd, met een korte staart en zonder glans. Jonge hanen ontwikkelen in hun tweede levensjaar de eerste witte rug- en staartveren, en de zwarte borstveren worden geleidelijk zichtbaar. De ooghuid wordt feller rood naarmate de dieren ouder worden.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met donkere strepen over rug en kop, een typisch camouflagepatroon voor grondbroeders. De onderzijde is vuilwit tot crème. De snavel is klein en grijs, de poten vleeskleurig en de ogen donker. De kenmerkende contrasterende zwart-witte tekening verschijnt pas tijdens de eerste jeugdrui bij jonge hanen.

Bekijk ook:

  • Tijdschrift 202
  • Tijdschrift 205
  • Tijdschrift 249
  • Tijdschrift 266