Roodrugparkiet

Psephotus haematonotus

Log in om deze soort toe te voegen

De Roodrugparkiet behoort tot het geslacht Psephotus binnen de familie van Papegaaien (Psittaculidae).

html

De roodrugparkiet is een Australische parkietensoort van gemiddeld 28 centimeter groot die vooral voorkomt in Zuidoost-Australi�, het noordoosten van Zuid-Australi� en het zuidwesten van Queensland. Deze wijdverspreide vogel bewoont met name de Murray-Darling Basin en leeft hoofdzakelijk van grassen. De mannetjes zijn opvallend groen met een helderrode vlek op de rug, blauwe vleugels en kopje, terwijl de vrouwtjes veel doffer van kleur zijn en het karakteristieke rood op de stuit missen. In het noorden van Australi� is deze parkiet algemeen gehouden en komt voor in warme gebieden.

Roodrugparkiet
Red-rumped Parrot
Roodrugparkiet
Perruche � croupion rouge.

Taxonomische indeling

Bird Order
Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
Bird Family
Papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae)
Bird Genus
Psephotus

Ringmaat

Man 4.5 mm Vrouw 4.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Man:
De man heeft een helder groen verenkleed met een opvallende rode stuit. De kop is iets lichter groen dan de rest van het lichaam. De vleugels zijn donkerder met een blauwe schijn, vooral aan de randen. De borst is egaal groen zonder vlekken of bandering. De buik toont een gele tint die naar de onderzijde toe intenser wordt. De snavel is grijs met een lichte wasachtige structuur aan de basis. De poten zijn grijs en glad, passend bij de rest van het verenkleed.

Vrouw:
De vrouw heeft een doffer groen verenkleed met minder uitgesproken rode stuit. De kop is matgroen en minder contrasterend met de nek. De vleugels zijn donkerder met een subtiele blauwe glans aan de randen. De borst is lichtgroen met een gele ondertoon die naar de buik toe vervaagt. De buik is minder fel geel dan bij de man. De snavel is grijs, maar iets lichter dan die van de man. De poten zijn grijs en hebben een iets ruwere textuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een dof groen verenkleed met een minder opvallende rode stuit. De kop is egaal groen zonder de glans van volwassen vogels. De vleugels zijn donkerder met een lichte blauwe schijn aan de randen. De borst is lichtgroen met een subtiele gele tint naar de buik toe. De buik is minder intens geel dan bij volwassen vogels. De snavel is grijs en nog niet volledig ontwikkeld. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, lichtgroene veren. De snavel is klein en lichtgrijs.