Vogel
Satyrtragopaan
Satyrtragopaan
Tragopan satyra
Log in om deze soort toe te voegenDe Satyrtragopaan (synoniem: Roodsaterhoen, Satyr tragopan) behoort tot het geslacht Tragopan binnen de familie van Hoenderachtigen (Phasianidae).
Deze opvallende fazantachtige, bekend als de saterhoen, komt voor in de vochtige naald- en eikenwouden met rododendrons en bamboe van de Himalaya in India, Nepal, Bhutan en Tibet, waar hij leeft tussen 1800 en 4200 meter hoogte. Mannetjes zijn zeer kleurrijk met een rode borst en blauwe ‘hoorns’ tijdens de balts, terwijl vrouwtjes schutkleuren dragen. Ze leven vooral in dichte ondergroei, zoeken hun voedsel op de grond maar broeden bij voorkeur in de bomen; hun baltsgedrag is spectaculair, met opvallende lokroepen en imponerende verenparades. Het nest bestaat meestal uit 3 tot 5 eieren.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Hoenderachtigen (Galliformes)
- Bird Family
- Fazantachtigen (Phasianidae)
- Bird Genus
- Tragopan
Ringmaat
Man 14.0 mm Vrouw 14.0 mmWelzijnsadviezen
Tragopanen
Deze Tragopanensoort is een bosbewonende fazantachtige die gevoelig zijn voor klimaat en huisvesting. Voor het welzijn van tragopanen is een passende leefomgeving wenselijk. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Huisvesting: ruime volière (ca. 20–30 m² per koppel, 2,5 m hoog), beplant met struiken en bomen, met droge en beschutte plekken.
- Klimaat: redelijk koudetolerant; vorstvrij nachtverblijf in strenge winters; schaduw nodig in warme zomers.
- Sociaal: houden in paren of kleine groepen; tijdens broedseizoen bij voorkeur koppels afzonderlijk.
- Voeding: volledig pluimvee- of fazantenvoer, aangevuld met zaden, groenvoer en fruit; extra insecten of ander dierlijk eiwit in de broedperiode.
- Water: altijd vers drinkwater beschikbaar.
Man:
Het mannetje is een middelgrote, opvallend bont gekleurde hoenderachtige van circa 64-70 cm lengte. Het verenkleed is overwegend diep kastanjebruin met talrijke ronde, witte vlekken die zwart omrand zijn. De kop is intens rood met een korte zwarte kuif. Rond het oog bevindt zich een grote kale, blauwgroene huidzone die tijdens de balts fel opzwelt. De keel draagt een opvallend, blauw uitgespreid lel, die eveneens bij balts sterk zichtbaar wordt. De borst is kastanjebruin met witte vlekken, de buik vuilwit tot beige met donkere stippen. De staart is kort en bruin. De snavel is zwart, de poten zijn robijnrood en voorzien van een spoor, en de iris is donkerbruin.
Vrouw:
Het vrouwtje is veel kleiner en soberder gekleurd. Haar verenkleed is bruin tot kastanjebruin met fijne witte en beige vlekjes en schubjes, ideaal voor camouflage. De borst en buik zijn beige met bruine stippen, de rug donkerder met lichte schubtekening. De kale huid rond het oog is aanwezig maar klein en vaalblauw. De snavel is zwart, de poten zijn rood maar minder fel dan bij het mannetje, en de iris is bruin.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje met een overwegend bruin verenkleed voorzien van subtiele lichte vlekjes. De borst en buik zijn lichtbruin tot beige, de rug donkerder met lichtere randen. De snavel is donkergrijs, de poten vleeskleurig tot bleek rood en de iris zeer donker. Bij jonge hanen verschijnen tijdens de eerste rui de kastanjebruine veren met witte vlekken en later de kleurrijke koptekening.
Kuiken:
De kuikens zijn bedekt met zacht, geelbruin dons met donkere lengtestrepen over rug en kop, een uitstekend camouflagepatroon in het bergbos. De onderzijde is bleekgeel tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de iris zwartbruin. Het geslachtsverschil wordt pas duidelijk na de eerste rui.