Bonte boertje

Poicephalus senegalus senegalus

Log in om deze soort toe te voegen

De Bonte boertje behoort tot het geslacht Poicephalus binnen de familie van Papegaaien (Psittacidae).

Het bonte boertje komt verspreid voor in West-Afrika, van Senegal tot Nigeria, en leeft vooral in bosrijke savannes en bosjes. Deze papegaai is ongeveer 23 cm groot, heeft een grijze kop, groene borst en een geel tot oranjegekleurde buik. Het bonte boertje is sociaal en trekt vaak in koppels of kleine groepen, maar kan bij overvloed aan voedsel ook in grotere aantallen worden aangetroffen. De vogels zijn gedeeltelijk trekkend en zoeken actief naar voedsel. In het wild broeden ze in boomholtes en zijn ze erg aanhankelijk en intelligent, wat hen tot populaire gezelschapsvogels maakt.

Bonte boertje
Senegal Parrot
Senegalpapagei
Perroquet youyou

Taxonomische indeling

Bird Order
Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
Bird Family
Papegaaien van de Nieuwe Wereld (Psittacidae)
Bird Genus
Poicephalus

Ringmaat

Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Man:
De man heeft een overwegend groene lichaamskleur met een heldere, glanzende uitstraling. De kop is grijs met een subtiele overgang naar de nek. De borst is feloranje, wat sterk contrasteert met de groene buik. De vleugels zijn donkergroen met een lichte glans, terwijl de dekveren een iets doffere tint hebben. De snavel is zwart en krachtig van vorm, met een lichte kromming. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur. De iris is geel, wat een scherp contrast vormt met de donkere oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder intense kleuren. De groene lichaamskleur is iets doffer en de oranje borst is minder fel. De grijze kop en nek tonen een subtielere overgang. De vleugels en dekveren hebben een matte uitstraling zonder opvallende glans. De snavel is eveneens zwart, maar iets slanker van vorm. De poten zijn grijs en vertonen een vergelijkbare structuur als die van de man. De iris is geel, maar de oogring is iets lichter van tint.

Juveniel:
Juvenielen hebben een overwegend groen verenkleed met een matte uitstraling. De kop en nek zijn grijsgroen, zonder de duidelijke scheiding van volwassen vogels. De borst is lichtoranje, maar minder uitgesproken dan bij volwassenen. De vleugels zijn groen met een doffe tint, en de dekveren zijn minder glanzend. De snavel is donkergrijs en minder krachtig van vorm. De poten zijn grijs en hebben een iets ruwere textuur. De iris is donkerbruin, wat een minder opvallend contrast geeft met de oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een donzig, lichtgroen verenkleed met een zachte textuur. De snavel is lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.