Vogel
Bruinkopdwergijsvogel
Bruinkopdwergijsvogel
Ispidina lecontei lecontei
Log in om deze soort toe te voegenDe Bruinkopdwergijsvogel behoort tot het geslacht Ispidina binnen de familie van IJsvogels (Alcedinidae).
Deze zeer kleine vogel leeft in de regenwouden van West- en Centraal-Afrika, van Nigeria tot Oeganda en Angola. Hij jaagt op insecten en kleine ongewervelden in de dichte begroeiing, waarbij hij vaak laag bij de grond zit en snel wordt. Zijn gedrag is schuw en hij communiceert met korte roepjes.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Scharrelaars (Coraciiformes)
- Bird Family
- IJsvogels (Alcedinidae)
- Bird Genus
- Ispidina
Ringmaat
Welzijnsadviezen
IJsvogels
IJsvogels zijn kleine tot middelgrote visetende vogels die leven langs oevers van rivieren, vijvers en meren. Ze jagen vanaf lage zitplaatsen en broeden in zelfgegraven nesttunnels in zandige oevers. In de avicultuur vragen ze om helder water, nestgelegenheid en een rustige, goed onderhouden omgeving. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: buitenverblijf met waterpartij (15–25 m² per koppel); waterdiepte 30–60 cm; zandige oever met nesttunnel; zitstokken boven water; binnenverblijf ± 2 m² per vogel, droog en goed geventileerd.
- Klimaat: afhankelijk van de soort tropisch tot gematigd; temperatuur 18–28 °C; bij < 10 °C verwarmd binnenhok; luchtvochtigheid 60–80%; bescherming tegen regen en tocht.
- Sociaal: te houden per koppel; territoriaal tijdens broedperiode; visuele afscheiding tussen verblijven voorkomt agressie.
- Voeding: kleine visjes, insecten, kreeftachtigen en amfibieën; levend of bewegend voer stimuleert natuurlijk gedrag; altijd vers water beschikbaar.
- Overig: schoon, helder water essentieel; natuurlijke nesttunnels of kunstmatige zandwanden voorzien; rustige ligging en dagelijkse hygiëne bevorderen welzijn en broedsucces.
Man:
Het mannetje is een kleine ijsvogel van circa 12�13 cm lengte, met een korte staart, grote kop en rechte snavel. De kruin, rug en vleugels zijn levendig blauw tot blauwgroen, met een turquoise glans op de stuit. De oorstreek en nek zijn oranjebruin, overgaand in een diep oranje onderzijde die zich uitstrekt van borst tot onderstaart. De keel is zuiver wit, scherp begrensd tegen de oranje borst. De snavel is fel rood tot oranjerood, lang en recht; de iris is donkerbruin, en de poten zijn oranjerood. In vergelijking met Ispidina picta is de bovenzijde groener en de onderzijde dieper oranje.
Vrouw:
Het vrouwtje lijkt sterk op het mannetje maar is gemiddeld iets kleiner en doffer van kleur. De blauwe bovenzijde heeft een meer groenachtige tint, en de oranje onderzijde is lichter. De snavel is iets korter en kan bij sommige individuen een donkerder bovensnavel vertonen.
Juveniel:
Juvenielen zijn valer en grijzer van kleur. De bovenzijde is dof blauwgroen, en de onderzijde vaal oranje tot beige. De witte keel is minder scherp afgelijnd. De snavel is donkerbruin tot zwart met een bleke ondersnavelbasis, en de poten zijn vleeskleurig tot dof oranje. De volwassen, contrasterende kleuren ontwikkelen zich na de eerste rui.
Kuiken:
De kuikens zijn nestblijvers, kaal en blind bij uitkomst met roze huid. Binnen enkele dagen ontwikkelt zich dun grijs dons. De snavel is kort en bleekgrijs; de poten zijn vleeskleurig. De kenmerkende blauw-oranje kleurtekening ontwikkelt zich pas tijdens de late nestfase, vlak voor het uitvliegen.