Groenwangparkiet

Pyrrhura molinae

Log in om deze soort toe te voegen

De Groenwangparkiet behoort tot het geslacht Pyrrhura binnen de familie van Papegaaien (Psittacidae).

De groenwangparkiet is een levendige en sociaal ingestelde vogel die vooral voorkomt in de bossen en savannes van Zuid-Amerika, met name in delen van Bolivi� en Brazili�. Deze parkiet leeft in groepen en is vaak te zien in boomtoppen, waar hij zich voedt met zaden, vruchten en noten. Het is een dagactieve vogel die veel interactie zoekt met soortgenoten en mensen. Door zijn aanhankelijke en speelse aard is hij een populaire keuze als gezelschapsvogel, mits hij voldoende aandacht en stimulans krijgt.

Groenwangparkiet
Green-cheeked Parakeet
Gr�nwangen-Rotschwanzsittich
Conure de Molina

Taxonomische indeling

Bird Order
Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
Bird Family
Papegaaien van de Nieuwe Wereld (Psittacidae)
Bird Genus
Pyrrhura

Ringmaat

Man 5.5 mm Vrouw 5.5 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Man:
De man heeft een overwegend groene lichaamskleur met een lichte glans. De kop is donkerder met een subtiele blauwe tint. De borst is lichtbruin met een schubachtig patroon. De vleugels tonen een opvallende rode schoudervlek. De staartveren zijn roodbruin met een groene basis. De snavel is grijs met een lichte kromming. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar verenkleed als de man, maar met minder glans. De kop is iets lichter van kleur, met een minder uitgesproken blauwe tint. De borst heeft een subtieler schubachtig patroon. De rode schoudervlekken zijn minder fel dan bij de man. De staartveren zijn gelijk aan die van de man. De snavel is iets kleiner en lichter van kleur. De poten zijn eveneens grijsachtig, maar iets fijner van structuur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met minder uitgesproken kleuren. De kop is overwegend groen zonder blauwe tint. De borst heeft een vaag schubachtig patroon. De rode schoudervlekken zijn nauwelijks zichtbaar. De staartveren zijn korter en minder roodbruin. De snavel is kleiner en lichter grijs. De poten zijn bleker en hebben een zachtere textuur.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne, grijze donslaag. De snavel en poten zijn lichtgrijs en zacht.