Vogel
Merrills vruchtenduif
Merrills vruchtenduif
Ramphiculus merrilli
Log in om deze soort toe te voegenDe Merrills vruchtenduif behoort tot het geslacht Ramphiculus uit de familie van duiven (Columbidae)
.
Deze vogelsoort komt endemisch voor in de vochtige tropische en montane regenwouden van Luzon, Filipijnen, tot 1.300 meter hoogte. Hij leeft voornamelijk van vruchten en wordt meestal alleen of in kleine groepjes gezien. De soort vertoont een snelle, gerichte vlucht en broedt vooral in mei en juni. Door ontbossing en jacht staat de populatie onder druk.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Duiven (Columbiformes)
- Bird Family
- Duiven (Columbidae)
- Bird Genus
- Ramphiculus
Ringmaat
Man 9.0 mm Vrouw 9.0 mmWelzijnsadviezen
Duiven
Voor het welzijn van duiven is een passende leefomgeving wenselijk. Hieronder staan de belangrijkste aandachtspunten die kunnen bijdragen aan een goede verzorging en huisvesting. Het gaat daarbij vooral om aandacht voor ruimte, voeding en sociaal gedrag. De volgende welzijnsadviezen worden door ons aanbevolen en zijn samengesteld op basis van meerdere betrouwbare bronnen. Daarbij hanteert Aviornis eigen welzijnsadviezen, die zijn opgesteld door een Aviornis deskundigenpanel en gebaseerd zijn op specialistische kennis en praktijkervaring binnen de vereniging.
- Ruimte: per koppel wordt ongeveer 1,6–5 m² geadviseerd, afhankelijk van soort en grootte. Voor volières wordt ongeveer 3 m² en 1,8 m hoogte aangeraden.
- Klimaat: zorg bij voorkeur voor beschutting tegen weer en wind. Tropische soorten hebben baat bij een vorstvrij verblijf (minimaal 15 °C).
- Sociaal: duiven voelen zich prettiger in gezelschap; het is daarom aan te bevelen ze ten minste in paren te houden. Tijdens het broedseizoen helpt het om nestgelegenheid en nestmateriaal aan te bieden.
- Volière/uitloop: zitstokken op verschillende hoogten en een wekelijkse badgelegenheid dragen bij aan het welzijn van de dieren.
- Voeding: kies voor graan- en zadenmengsels afgestemd op de soort. Voor fruitduiven zijn fruit en bessen een goede basis. Zorg daarnaast altijd voor grit en vers drinkwater.
Man:
Het mannetje is een middelgrote vruchtenduif van circa 23-25 cm lengte. Het verenkleed is levendig en contrastrijk: de kop is grijsgroen met op de kruin een ronde, karmozijnrode vlek die de soort kenmerkt. De borst is lichtgrijs, met in het midden een duidelijke paarsviolette vlek die scherp contrasteert. De buik is helder geel tot goudgeel, terwijl de rug en vleugels intens groen zijn. De onderstaartdekveren zijn oranjerood. De staart is groen met een brede, grijze eindband. De snavel is groenachtig met een bleek puntje, de poten zijn rood en de iris oranjerood, omgeven door een smalle grijze oogringen.
Vrouw:
Het vrouwtje mist de rode kruinvlek en de paarse borstvlek en is daardoor overwegend egaal groen. De onderzijde is geelgroen maar minder contrastrijk dan bij het mannetje. De vleugel- en staarttekening zijn gelijk, en ook snavel en poten zijn identiek. De iris is vaak valer oranje dan oranjerood.
Juveniel:
Juvenielen lijken sterk op het vrouwtje, met een matter grijsgroen verenkleed. De borst is egaal groen zonder borstvlek. De buik is geelachtig maar doffer. De vleugels hebben bredere lichte randen waardoor een geschubd effect ontstaat. De iris is donkerbruin, de snavel grijzer en de poten bleker rood.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met zacht, grijsbruin dons. De bovenzijde is donkerder bruinachtig, de onderzijde vuilwit tot crème. De snavel is klein en donkergrijs, de poten vleeskleurig en de ogen zijn aanvankelijk gesloten, later donkerbruin. De rode kruinvlek en paarse borsttekening ontwikkelen zich pas tijdens de eerste jeugdrui bij mannetjes.