Meyer's papegaai

Poicephalus meyeri meyeri

Log in om deze soort toe te voegen

De Meyer's papegaai behoort tot het geslacht Poicephalus binnen de familie van Papegaaien (Psittacidae).

De Meyers papegaai komt wijdverspreid voor in Centraal- en Oost-Afrika, waar hij vooral leeft in bossen en beboste savannes. Deze papegaai is bekend om zijn aanpassingsvermogen en wordt vaak gezien in kleine groepen of paartjes. Hij voedt zich voornamelijk met zaden, vruchten en noten, en is actief overdag. Meyers papegaaien zijn sociaal en communicatief, vaak hoorbaar door hun kenmerkende roepen. In het wild zijn ze meestal tam en nieuwsgierig, wat hun populariteit als gezelschapsvogel verklaart.

Meyer's papegaai
Meyer's Parrot
Meyers Papagei
Meyers papegaai

Taxonomische indeling

Bird Order
Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
Bird Family
Papegaaien van de Nieuwe Wereld (Psittacidae)
Bird Genus
Poicephalus

Ringmaat

Man 7.0 mm Vrouw 7.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Man:
De man heeft een overwegend grijsbruin verenkleed met een subtiele groene glans op de vleugels. De kop is donkerder grijs met een lichte, bijna zilverachtige tint op de nek. De borst en buik zijn egaal grijs, zonder opvallende markeringen. De vleugeldekveren vertonen een lichte groene schijn, vooral bij vers verenkleed. De snavel is zwart en stevig, met een lichte kromming aan de punt. De poten zijn grijs met een gladde textuur. De iris is donkerbruin, omgeven door een smalle, onopvallende oogring.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar grijsbruin verenkleed als de man, maar met minder uitgesproken groene glans. De kop en nek zijn iets lichter grijs, met een subtiele overgang naar de borst. De buik is egaal grijs, zonder opvallende patronen. De vleugeldekveren hebben een minder intense groene schijn dan bij de man. De snavel is zwart, iets slanker dan die van de man. De poten zijn grijs en hebben een gladde structuur. De iris is donkerbruin, met een smalle, nauwelijks zichtbare oogring.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer grijsbruin verenkleed met een minder uitgesproken groene glans op de vleugels. De kop is lichter grijs, met een vage, zilverachtige tint op de nek. De borst en buik zijn egaal grijs, zonder duidelijke markeringen. De vleugeldekveren vertonen een zwakke groene schijn, vooral bij vers verenkleed. De snavel is donkergrijs, met een minder uitgesproken kromming. De poten zijn grijs en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, met een smalle, nauwelijks zichtbare oogring.

Kuiken:
Kuikens hebben een pluizig, lichtgrijs verenkleed zonder duidelijke groene tinten. De snavel is lichtgrijs en nog niet volledig ontwikkeld.