Vogel
Papegaaiduiker
Papegaaiduiker
Fratercula arctica
Log in om deze soort toe te voegenDe Papegaaiduiker behoort tot het geslacht Fratercula binnen de familie van Alken (Alcidae).
Deze kleurrijke zeevogel komt voor in het noordoosten van Noord-Amerika en rondom de Noord-Atlantische Oceaan, van Canada tot Noorwegen en IJsland. Hij leeft vooral op rotsachtige eilanden en kusten, waar hij zijn nest bouwt in rotsspleten of in grasbodems op kliffen. Gedurende het broedseizoen vormt hij kolonies, waarin hij kleine visjes vangt door te duiken en deze met zijn opvallende snavel naar het nest brengt. In de winter trekt hij verder de oceaan op, waar hij alleen of in kleine groepen voorkomt. Het gedrag is sociaal en het paar blijft vaak meerdere jaren samen.
Taxonomische indeling
- Bird Order
- Steltloperachtigen (Charadriiformes)
- Bird Family
- Alken (Alcidae)
- Bird Genus
- Fratercula
Ringmaat
Man 8.0 mm Vrouw 8.0 mmWelzijnsadviezen
Alken
Alken – waaronder soorten als alk, zeekoet en papegaaiduiker – zijn zeevogels die uitstekend aangepast zijn aan een leven in koud water. In de avicultuur hebben zij behoefte aan ruime waterpartijen, koele temperaturen en mogelijkheden om te duiken en nestelen. De volgende welzijnsadviezen zijn gebaseerd op beschikbare literatuur en wetenschappelijk onderzoek. Deze adviezen zijn niet door ons opgesteld, maar worden in de vakliteratuur genoemd als onderbouwing voor goede welzijnspraktijken. Ze dienen als externe referentie en aanvulling op praktijkervaring.
- Huisvesting: verblijf met ca. 50% water en 50% land; waterdiepte 2 m; rotsachtige omgeving met nestholen of nissen.
- Klimaat: koelgematigd; watertemperatuur 5–12 °C; goede ventilatie en koeling in warme periodes.
- Sociaal: groeps- of koloniehuisvesting aanbevolen; tijdens broed voldoende nestplaatsen in holtes of tunnels.
- Voeding: verse of diepgevroren vis (sprot, haring, ansjovis, zandspiering); aanvullen met kleine schaaldieren; supplementen indien nodig.
- Water & hygiëne: schoon zwem- en drinkwater altijd beschikbaar; bassins continu filteren of regelmatig verversen; rustige omgeving met veilige rotsstructuren.
Wetgeving(en)
Europese soort (EG richtlijn)
Deze vogel behoort tot een beschermde Europese soort onder de Vogelrichtlijn. Dit betekent dat het verboden is om exemplaren uit de natuur te vangen, te verstoren of te houden. Alleen vogels die aantoonbaar in gevangenschap zijn gekweekt mogen in avicultuur worden gehouden. Voor deze vogels is het noodzakelijk dat er geldge herkomstbewijzen of kweekverklaringen aanwezig zijn, zodat altijd kan worden aangetoond dat de vogel legaal is verkregen.
De belangrijkste vereisten zijn:
- Verbod op het vangen en houden van inheemse wilde vogels.
- Alleen aantoonbaar gekweekte vogels mogen worden gehouden.
- Voorzien van een gesloten pootring of een microchip
- Legale herkomst moet altijd met bewijsstukken (bijv. kweekverklaring) kunnen worden aangetoond.
Man:
De man heeft een opvallend zwart-wit verenkleed met een glanzende zwarte kop en nek. De borst en buik zijn helder wit, wat een sterk contrast vormt met de donkere bovenzijde. De vleugels zijn zwart met een subtiele grijze tint aan de randen. De snavel is groot en driehoekig, met een levendige oranje kleur en een blauwgrijze basis. De poten zijn fel oranje, wat opvalt tegen de donkere veren. De ogen zijn omringd door een dunne, grijze oogring die de zwarte iris accentueert.
Vrouw:
De vrouw lijkt sterk op de man, maar heeft vaak een iets minder glanzende kop. Haar verenkleed vertoont dezelfde zwart-witte contrasten, met een iets doffere tint op de vleugels. De snavel is vergelijkbaar in vorm, maar kan iets minder fel van kleur zijn. De poten zijn eveneens oranje, maar soms iets bleker dan die van de man. De oogring is subtieler, met een iets lichtere grijstint. De algehele indruk is iets minder contrastrijk dan bij de man.
Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer verenkleed met een grijsachtige tint op de kop en nek. De borst en buik zijn minder helder wit, vaak met een grijze waas. De vleugels zijn donkergrijs met een matte afwerking, zonder de glans van volwassen vogels. De snavel is kleiner en donkerder, met een minder uitgesproken oranje kleur. De poten zijn bleek oranje, bijna geelachtig, en de oogring is nauwelijks zichtbaar. De algehele verschijning is minder opvallend dan bij volwassen vogels.
Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een zachte, grijze donslaag die hen goed camoufleert. Hun snavel en poten zijn klein en donkergrijs.