Roodvoorhoofdkakariki

Cyanoramphus novaezelandiae

Log in om deze soort toe te voegen

De Roodvoorhoofdkakariki behoort tot het geslacht Cyanoramphus binnen de familie van Papegaaien (Psittaculidae).

Deze kleurrijke parkiet komt voor in inheemse bossen en op kustachtige eilanden van Nieuw-Zeeland, inclusief een aantal uitgestrekte offshore-eilanden. Hij voedt zich met vruchten en bloemen en leeft meestal in paren of kleine groepen. Zijn gedrag is levendig en sociaal, waarbij hij vaak actief is in dichte begroeiing en bosranden.

Roodvoorhoofdkakariki
Red-crowned Parakeet
Ziegensittich
Perruche de Sparrman

Taxonomische indeling

Bird Order
Papegaaiachtigen (Psittaciformes)
Bird Family
Papegaaien van de Oude Wereld (Psittaculidae)
Bird Genus
Cyanoramphus

Ringmaat

Man 5.0 mm Vrouw 5.0 mm

Welzijnsadviezen

Overige vogels

De categorie overige vogels omvat een zeer brede en diverse groep vogelsoorten met uiteenlopende biologische, ecologische en gedragsmatige kenmerken. Vanwege deze grote variatie is het niet mogelijk om één uniforme set huisvestingsrichtlijnen op te stellen die voor alle soorten binnen deze categorie passend en verantwoord is.

Om die reden zijn er voor deze categorie geen specifieke, vastomlijnde richtlijnen geformuleerd. Bij het huisvesten van overige vogels dient altijd maatwerk te worden toegepast, waarbij rekening wordt gehouden met de soortspecifieke behoeften, natuurlijke leefwijze, sociale structuur en welzijnseisen van de betreffende vogels. Algemene principes van dierenwelzijn, veiligheid en verzorging blijven hierbij leidend.

Huisvestingsrichtlijnen waterpartij diep

Wetgeving(en)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

EU verordening bijlage B (CITES appendix II)

Deze vogelsoort wordt wereldwijd beschouwd als een (bijna) bedreigde soort in het oorspronkelijke leefgebied, of de handel in deze soort kan hiertoe leiden. 
Deze soort staat daarom op Bijlage B van de Europese Verordening en CITES appendix II. 

Binnen de avicultuur (in volière-milieu) mag deze soort alleen worden gehouden, gefokt of verhandeld als de legale herkomst kan worden aangetoond. De lidstaten aangesloten bij het CITES-verdrag (Convention on International Trade in Endangered Species of wild flora and fauna) hebben internationale regels opgesteld die het houden, fokken en verhandelen van deze dieren onder strikte voorwaarden mogelijk maakt. 

In de avicultuur is het toegestaan deze soort te houden en te kweken, mits de legale herkomst duidelijk kan worden aangetoond. Bij overdracht of verkoop moet altijd een overdrachtsverklaring of registratie aanwezig zijn. Hierdoor kan bij controles worden bewezen dat de vogel afkomstig is uit legale kweek en niet uit de natuur is onttrokken.

De houder de dient legale herkomst van de vogel aan te tonen:

  • De vogel is voorzien van een uniek merkteken. In het geval van vogels is dit een naadloos gesloten pootring die bij een volwassen vogel niet meer van de poot kan worden verwijderd.
  • Bij elke overdracht dient een herkomstverklaring/ overdrachtsverklaring te worden opgemaakt en ondertekend door de afgevende en ontvangende partij.
  • Let op: bij controle dienen ook gegevens van de ouderdieren én grootouderdieren getoond te kunnen worden.  

Man:
De man heeft een helder groen verenkleed met een subtiele gele tint op de borst. De vleugels vertonen een diepere groene kleur met een lichte blauwe glans. De kop is intens groen met een opvallende rode band over het voorhoofd. De snavel is grijs met een lichte blauwe was aan de basis. De poten zijn grijsachtig met een gladde textuur. De iris is oranje, wat een scherp contrast vormt met de groene kop. De staartveren zijn lang en hebben een iets donkerdere groene tint.

Vrouw:
De vrouw heeft een vergelijkbaar groen verenkleed als de man, maar met een iets doffere tint. De rode band op het voorhoofd is minder uitgesproken en smaller. De vleugels hebben een matte groene kleur zonder de blauwe glans. De snavel is iets kleiner en heeft een grijze kleur met een subtiele blauwe was. De poten zijn grijs met een iets ruwere textuur dan die van de man. De iris is oranje, maar iets minder fel dan bij de man. De staart is korter en heeft een gelijkmatige groene kleur.

Juveniel:
Juvenielen hebben een doffer groen verenkleed met een bruine tint op de vleugels. De rode band op het voorhoofd is vaak afwezig of zeer vaag. De snavel is grijs met een lichtblauwe was, maar kleiner dan bij volwassenen. De poten zijn grijsachtig en hebben een gladde textuur. De iris is donkerbruin, wat minder contrast geeft met de kop. De staartveren zijn korter en hebben een uniforme groene kleur. De algehele verschijning is minder levendig dan bij volwassen vogels.

Kuiken:
Kuikens zijn bedekt met een dunne laag donzige, grijze veren. De snavel en poten zijn lichtgrijs.